AMSTERDAM - Het Nederlandse ontwikkelingsbeleid moet zich niet alleen richten op arme landen, maar ook op arme mensen in opkomende landen.

Dat stelt de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV), die in een maandag gepubliceerd rapport een lans breekt voor een 'bredere benadering in het Nederlands beleid voor internationale samenwerking'.

De raad wijst op de verschuivende armoedepatronen in de wereld. Bijna driekwart van de armen woont in opkomende landen zoals China en India.

De snelle economische groei in deze landen gaat vaak gepaard met grote inkomensongelijkheid. Terugdringen van armoede blijft van groot belang, maar niet met ontwikkelingsgeld.

Stimuleren

Deze landen hebben namelijk vaak zelf ook geld voor armoedebestrijding. Zij moeten worden gestimuleerd om dat geld daarvoor aan te wenden, vindt de AIV. Het Nederlandse ontwikkelingsbeleid zou moeten worden gericht op andere dimensies van armoede en ongelijkheid.

De focus in die landen zou moeten liggen op maatmaatschappelijk verantwoord ondernemen, de emancipatie van achtergestelde groepen, mensenrechten, arbeidsnormen en de invoering van een sociaal minimum.

Hier ligt een belangrijke rol voor het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties, aldus de raad.