DEN HAAG - Mensen die dronken op een brommer rijden, krijgen als straf niet langer een alcoholslot in hun auto.

Dat heeft minister Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur) vrijdag besloten, mede op advies van het Centraal Bureau Rijvaardigheid.

Volgens Schultz is het opleggen van een alcoholslot in de auto van een dronken brommerrijder geen geschikte maatregel gebleken. Het wordt volgens haar door veel mensen als onlogisch ervaren en daarom past ze de regels aan.

Zo komt het bijvoorbeeld voor dat jongeren die wel al een rijbewijs hebben maar nog geen auto, beschonken op de brommer stappen en worden veroordeeld tot een alcoholslot. Het apparaat wordt dan ingebouwd in de wagen van de ouders.

Terugwerkende kracht

De aanpassing geldt met terugwerkende kracht. Daardoor mogen ongeveer 400 mensen hun alcoholslot inleveren. Ze worden vrijdag door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen geïnformeerd.

De kosten voor het inbouwen van het autoslot zullen worden verrekend. Mensen die met een alcoholpromillage van 1,3 of meer worden gesnapt op de brommer, moeten nog wel een cursus volgen over alcohol in het verkeer.

Meer tijd

Minister Schultz heeft ook besloten om bestuurders met een alcoholslot meer tijd te geven om zich te melden als zij het apparaat extra moeten laten uitlezen.

Dat is bijvoorbeeld nodig als er iets misgaat met een blaastest. Nu moeten zij binnen 5 dagen naar een servicestation, wat lastig is als mensen op vakantie zijn. Daarom gaat de termijn naar 14 dagen.

Onlogisch element

''Met deze aanpassingen halen we een onlogisch element uit de regelgeving en voorkomen we onnodige rompslomp voor deelnemers'', aldus Schultz. Volgens haar is het alcoholslot belangrijk voor het terugdringen van het aantal verkeersongevallen. ''Bij 1 op de 5 ongevallen in het verkeer speelt alcohol een rol'', stelt ze.

Sinds december vorig jaar hebben 3000 mensen een alcoholslot gekregen, omdat zij rondreden met te veel drank op. Het gaat vooral om automobilisten die met zeer veel alcohol op achter het stuur kruipen. Bestuurders moeten in het apparaat blazen, voordat zij de auto kunnen starten. Ook tijdens het rijden moeten ze blazen.