DEN HAAG - Scheidend Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet maakt zich zorgen om de geringe verscheidenheid in de bevolking van het parlement, waardoor de afstand tussen samenleving en politiek groeit.

Dat zegt ze zaterdag in het AD.

Ze ziet: ''Een Tweede Kamer met volksvertegenwoordigers die allemaal dezelfde kranten lezen, allemaal op dezelfde verjaardagen komen en allemaal dezelfde boeken op hun nachtkastje hebben liggen.’’

''Waar burgers zich druk om maken en waar politici zich druk om maken, daar mag niet te veel verschil tussen zitten’’, waarschuwt ze. Bepaalde groepen, zoals ouderen, zijn bepaald niet evenredig vertegenwoordigd in de Kamer, net als sommige provincies.

Maar ook is er te weinig variëteit op het gebied van opleidingen. ''Je hoeft echt geen academische opleiding te hebben om in de Tweede Kamer te kunnen functioneren'', aldus Verbeet.

Bevolking

Het AD vergeleek woonplaats, opleiding en geslacht van de bevolking met de verkiesbare plekken op de kieslijsten van de partijen. Daaruit blijkt dat van de nieuwe Kamerleden ruim 60 procent man zal zijn, terwijl de helft van de bevolking van het mannelijke geslacht is.

80 procent van de Tweede Kamerleden heeft bovendien een opleiding op universitair niveau, terwijl dit onder de gehele bevolking maar 12 procent is.

Mbo

Mbo'ers zijn daarentegen ondervertegenwoordigd. 33 procent van de Nederlanders heeft een mbo-diploma, terwijl dat in de Kamer maar 2 procent is.

Ook de provincies zijn niet even goed vertegenwoordigd in de Tweede Kamer. Zo woont 12 procent van de Nederlanders in Gelderland, terwijl maar 3 procent van de Kamerleden in dat deel van het land woont.

Alleen Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland, waar ook Den Haag ligt, zijn in de Kamer relatief gezien 'bovenmatig' vertegenwoordigd.