DEN HAAG - Het omvallen van zorgmakelaar Europsyche heeft een aantal lacunes in de regels blootgelegd.

Dat schrijft minister Edith Schippers van Volksgezondheid maandag aan de Tweede Kamer op basis van twee onderzoeken.

De stichting Europsyche bracht patiënten en behandelaars bij elkaar. Ook nam ze de therapeuten het declareren uit handen.

Volgens de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) moeten verzekeraars meer mogelijkheden krijgen om dossiers te controleren bij instellingen. Ook moeten zorgverleners voortaan op de rekening zetten of het bedrag te declareren is of niet.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) concludeerde dat het begrip hoofdbehandelaar moet worden vastgelegd in de wet. Nu kan daar nog te veel mee worden gesjoemeld.

Weeffouten

Schippers gaat met alle partijen om tafel om te zien hoe de aanbevelingen van de NZa en IGZ kunnen worden doorgevoerd. Ze is blij dat de weeffouten boven tafel zijn gekomen, omdat ze nu iets aan de problemen kan gaan doen.

Op die manier moet ''de kwaliteit van zorg nog beter worden gegarandeerd'' en kunnen ''niet langer declaraties worden ingediend voor zorg die niet verzekerd is''.

Het faillissement van Europsyche kwam nadat verschillende verzekeraars hun uitbetalingen aan de stichting hadden opgeschort. Een groot deel van de declaraties van Europsyche was onterecht ingediend.

Door het faillissement zijn de circa 1200 behandelaars die bij Europsyche waren aangesloten, in de problemen gekomen. Ook zijn veel behandelingen van de ongeveer 10.000 cliënten van Europsyche stopgezet.