DEN HAAG - In het Afghaanse district Aliabad worden sinds begin deze maand politiemensen getraind door Nederlanders.

Het is na Khan Abad het tweede district buiten de hoofdstad Kunduz-stad waar de Nederlanders actief zijn. Dat schrijft het kabinet dinsdag aan de Tweede Kamer.

Afhankelijk van de veiligheid zal de politietrainingsmissie stapsgewijs verder worden uitgebreid naar andere districten in de provincie Kunduz, schrijven de verantwoordelijke bewindslieden van Buitenlandse Zaken, Defensie en Veiligheid en Justitie.

De politietrainingsmissie begon bijna 1 jaar geleden en duurt tot medio 2014.

Basisopleiding

In Kunduz-stad hebben inmiddels ongeveer 200 agenten een 8 weken durende basisopleiding voltooid, terwijl nog eens 140 in opleiding zijn.

Ongeveer 60 agenten uit Kunduz-stad en Khan Abad hebben de aanvullende 10-weekse opleiding gevolgd. Veertig volgen die opleiding nog. Ook zijn er 125 'maatwerkopleidingen' gegeven gericht op specifieke behoeftes uit de praktijk.

Agentvolgsysteem

Verder schrijft het kabinet dat van maart tot en met mei verder is geïnvesteerd in het zogenoemde agentvolgsysteem. Dat moet controleren dat door Nederland opgeleide agenten niet worden ingezet voor gevechtssituaties, maar slechts voor civiele taken.

Tot dusver zijn er op dit vlak geen schendingen geconstateerd, maar de brief wijst er ook op dat ''in de Afghaanse werkelijkheid geen methode waterdicht is, maar de gekozen werkwijze naar tevredenheid functioneert''.

De missie is er ook op gericht om via een reeks programma's het Afghaanse rechtssysteem te versterken en de positie van vrouwen en religieuze en etnische minderheden te verbeteren.