Belangrijkste wijzigingen in ontslagrecht

DEN HAAG - Minister Henk Kamp van Sociale Zaken heeft maandag een hoofdlijnennotitie naar de Tweede Kamer gestuurd om het ontslagrecht in 2014 aan te passen.

Hieronder de belangrijkste wijzigingen.

- De toetsing van het ontslag vooraf bij UWV of kantonrechter wordt veranderd in een toetsing achteraf. Na een hoorprocedure kan een bedrijf een werknemer ontslaan. Als die het daarmee niet eens is, kan hij naar de rechter stappen.

- De opzegtermijn wordt voor iedereen 2 maanden. Nu is dat nog 1 tot 4 maanden.

- De ontslagvergoeding volgens de zogeheten kantonrechtersformule verdwijnt. Het bedrag dat het bedrijf een ontslagen personeelslid moet betalen, wordt beperkt tot een kwart maand salaris per gewerkt jaar, met een maximum van een halfjaar. Dat 'transitiebudget' moet worden besteed aan scholing of begeleiding naar nieuw werk. Of het daaraan ook echt wordt uitgeven, gaat de overheid overigens niet controleren.

- Het transitiebudget geldt in principe ook voor werknemers met een tijdelijk contract.

- Als de rechter oordeelt dat iemand onterecht is ontslagen, kan hij een schadevergoeding toekennen. Die bedraagt een half maandsalaris per gewerkt jaar, met een maximum van een jaarsalaris.

- Werkgever en werknemers houden de vrijheid andere ontslagvergoedingen te blijven afspreken. Kamp verwacht echter niet dat dat vaak zal gebeuren, omdat het voor bedrijven te kostbaar wordt.

- Bij ontslagrondes om bedrijfseconomische redenen blijft het principe van afspiegeling in leeftijdsgroepen bestaan. Binnen elke leeftijdsgroep moeten degenen met de minste dienstjaren dan het veld ruimen.

- Werkgevers worden verantwoordelijk voor de kosten van de eerste 6 maanden WW. Dat levert de schatkist 1 miljard euro per jaar op. Voor bedrijven staat daar een lagere ontslagvergoeding tegenover. Hoogte en duur van de WW-uitkering veranderen niet.

Lees meer over:
Tip de redactie