DEN HAAG - Patiënten met geestelijke problemen zullen voortaan vaker thuis worden behandeld. Het aantal bedden in instellingen zal fors worden teruggebracht.

Minister Edith Schippers (Volksgezondheid) heeft daarover afspraken gemaakt met de sector, meldde het ministerie maandag.

In het akkoord staat verder dat patiënten meer moeten doen aan preventie, zelfmanagement en hun herstel. Ook zal in de sector minder gebruik worden gemaakt van dwang.

De zorg wordt dichter rondom de patiënt georganiseerd. De huisarts zal dan ook een belangrijkere rol gaan krijgen. Het aantal bedden in instellingen moet in 2020 met een derde zijn teruggebracht ten opzichte van 2008. Ook wordt de financiering van ggz-instellingen anders geregeld.

Verbeteren

De verandering in de sector gaat volgens de minister ''bloed, zweet en tranen'' kosten, maar is wel hard nodig om de patiënten perspectief te bieden. Marleen Barth, voorzitter van GGZ Nederland, sloot zich daarbij aan.

''We gaan de kwaliteit verbeteren en meer aansluiten bij de wensen van de patiënten. De psychiater en zijn team moeten achter het bureau vandaan komen en de zorg zo dichtbij de patiënt regelen als mogelijk'', stelde zij.

Omdat mensen met geestelijke problemen meer in de samenleving zullen blijven, moet volgens Barth de tolerantie ''voor mensen die soms een beetje mal doen'' omhoog.

Ook het landelijk platform GGZ, een koepelorganisatie voor patiënten- en cliëntenclubs, stelt dat het goed is dat de komende tijd wat wordt gedaan aan het stigma waar veel GGZ-patiënten mee te maken hebben.

Uitgaven

De minister wist de handen ineen te slaan met zorgaanbieders, beroepsverenigingen, zorgverzekeraars en patiëntenverenigingen. Door de afspraken moeten de uitgaven aan geestelijke zorg worden getemperd.

De afgelopen jaren kostte de geestelijke gezondheidszorg elk jaar 5 procent meer dan het jaar daarvoor. Dat moet in 2013 en 2014 maximaal 2,5 procent worden.

Meer geld

Als meer mensen met geestelijke problemen in de toekomst door huisartsen behandeld worden, moeten huisartsen daar wel meer geld voor krijgen. Er moet ook serieus werk worden gemaakt van praktijkondersteuners die huisartsen helpen.

''We moeten goed definiëren wat voor profiel die praktijkondersteuners moeten hebben. Wat wordt precies het takenpakket?'' Dat zei Arno Timmermans, huisarts en bestuursvoorzitter van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) maandag.

Hij reageerde hiermee op het convenant dat maandag werd gesloten over de nieuwe aanpak van de geestelijke gezondheidszorg.

"Belangrijk is dat de juiste zorg op de juiste plek geboden wordt. Dus dat mensen wel door een specialist behandeld worden als dat nodig is'', aldus Timmermans.

Geen psycholoog

Ook de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) liet in een reactie weten dat het belangrijk is bij de uitvoering van dit convenant om meer praktijkondersteuners in te zetten. Een huisarts is geen psycholoog is en gaat ook niet op die stoel zitten, benadrukt de LHV.

''Huisartsen zijn niet geschoold als psycholoog en benaderen de problematiek van hun patiënten dus ook op een andere manier, namelijk vanuit een medische invalshoek.''