Opstelten past Politiewet aan

DEN HAAG - De organisatie van de Nationale Politie wordt aangepast.

Dat blijkt uit antwoorden aan de Senaat van minister Ivo Opstelten (Veiligheid). In de Eerste Kamer, die er nog over moet beslissen, bestaat de vrees dat de nieuwe Nationale Politie weleens een beetje te eigenmachtig zou kunnen worden.

Dat lijkt Opstelten nu te willen ondervangen. Hij geeft zijn eigen zeggenschap over de politie sterker aan, kent parlement en lokaal bestuur iets meer invloed toe en formuleert de positie van de korpschefs scherper en beperkter.

Zo zal de minister de begroting, de jaarrekening en het jaarverslag van de politie zelf vaststellen. Ook wordt wettelijk vastgelegd dat de minister de sterkte verdeelt over de politie-onderdelen.

Financieel beheer

Om de rol van het parlement bij het beheer van de politie te versterken, wil de minister besluiten over de verdeling van sterkte en financieel beheer eerst voorleggen aan de Tweede Kamer.

Ook wil hij burgemeesters en officieren van justitie, die het gezag hebben over de politie, meer invloed geven op de taakuitvoering en de capaciteit van de politie.

Landelijks korps

De huidige 25 regiokorpsen en het Korps landelijke politiediensten gaan op in één landelijk korps dat zal bestaan uit tien regionale eenheden, een landelijke eenheid en een ondersteunde dienst voor bedrijfsvoeringstaken, zoals ICT en personeelszaken.

De Tweede Kamer is akkoord en de kwestie is niet controversieel, dus is het kabinet niet van plan de ontwikkelingen over te laten aan de opvolger. De verwachting is dat de Senaat zich er in de eerste helft van juli over buigt.

De aanpassingen worden pas aangebracht nadat de Eerste Kamer akkoord is gegaan met de Nationale Politie en moeten dus (als 'veegwetje') ook het hele politieke traject weer door. Op het ministerie wordt naar verluidt niet verwacht dat dat problemen oplevert.

Lees meer over:
Tip de redactie