DEN HAAG - Het gesloten begrotingsakkoord betekent een miljoenenstrop voor gemeenten en andere lagere overheden als provincies en waterschappen.

Dat denkt de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). In het lopende begrotingsjaar zal het gemeenten 300 tot 400 miljoen euro kosten, becijferde VNG-voorzitter Ralph Pans donderdag.

Door bezuinigingen op de rijksbegroting worden lagere overheden getroffen, maar ook door het zogenoemde schatkistbankieren.

Dat houdt in dat gemeenten niet langer van hun spaargeld rente mogen trekken bij een gewone bank, maar het geld moeten stallen bij het ministerie van Financiën. Dat levert minder rendement op.

Slecht plan

Volgens Pans is het een slecht plan. Hij wijst er op dat na het Icesave-debacle de wetgeving flink is aangescherpt, dus dat dat voor de landelijke overheid geen reden kan zijn om in te grijpen.

Hij vindt dat lagere overheden door het aangescherpte beleid te weinig speelruimte overhouden.