DEN HAAG - Het kabinet kan niet zeggen hoeveel ontwikkelingshulp Nederland na 2014 aan Afghanistan gaat geven.

Dat zei de demissionaire minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken dinsdag in de Tweede Kamer. De staat waarin de huidige regering verkeert laat dit niet toe, aldus de bewindsman.

De Kamer sprak met de minister in de aanloop naar de NAVO-top dit weekeinde in het Amerikaanse Chicago. De regering zal daar wel toezeggen dat ze van 2015 tot en met 2017 jaarlijks 30 miljoen euro zal bijdragen aan de betaling van salarissen voor het Afghaanse veiligheidsapparaat.

Afghanistan is op dit moment een van de grootste ontvangers van Nederlandse ontwikkelingshulp. Tussen 2012 en 2014 wordt 110 miljoen euro hieraan uitgegeven. De nieuwe regering moet bepalen hoeveel dat na 2014 wordt.

Civiele politie

Van de 30 miljoen jaarlijkse hulp aan het veiligheidsapparaat die tijdens de NAVO-top wordt toegezegd, is 25 miljoen bestemd voor de civiele politie. Dat komt uit het potje van ontwikkelingssamenwerking. Nog eens 5 miljoen gaat naar het leger voor de salarissen van militairen.

Tijdens de NAVO-top wordt onder meer gesproken over de toekomst van Afghanistan. De buitenlandse gevechtstroepen moeten volgens afspraak eind 201 het land hebben verlaten. De Nederlandse politietrainingsmissie in Kunduz eindigt medio 2014.