DEN HAAG - Nederland blijft ook na 2014 betrokken bij Afghanistan, maar welke vorm dit gaat aannemen is nog niet duidelijk.

Dat zei minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken donderdag tijdens een debat in de Tweede Kamer ter voorbereiding op de NAVO-top volgende maand in Chicago.

Op die top in de Verenigde Staten wordt besloten over de betrokkenheid van het bondgenootschap bij Afghanistan na 2014. Aan het eind van dat jaar moeten volgens de planning de laatste buitenlandse gevechtstroepen het land hebben verlaten.

Vorm 

Rosenthal zei dat de vorm van de Nederlandse hulp na 2014 onder meer afhangt van wat andere landen gaan doen. ''We zullen de schaarse middelen zo effectief mogelijk moeten gebruiken.''

Ook spelen de ontwikkelingen in Afghanistan tot eind 2014 een belangrijke rol in de wijze waarop steun zal worden gegeven. Voortschrijdend inzicht is hierbij van belang, voegde hij eraan toe.

De bewindsman beloofde de Kamer nog voor de top een brief waarin hij ''zo concreet als het maar kan'' over de Nederlandse betrokkenheid zal zijn. Daarin zal hij ook de financiële gevolgen zo ver mogelijk meenemen. Hij ontkende een uitspraak van SP-Kamerlid Harry van Bommel dat Nederland zich al zou hebben vastgelegd op het betalen van salarissen van Afghaanse militairen en politie na 2014.

Bijdrage

De VS verlangen een financiële bijdrage van andere NAVO-lidstaten voor de Afghaanse strijdkrachten en politie na 2014. De Afghaanse president Hamid Karzai schatte onlangs dat jaarlijks 4,1 miljard dollar nodig is.

Nederlanders geven een basis- en praktijktraining aan Afghaanse agenten. Ook wordt het rechtssysteem versterkt. De missie in het Noord-Afghaanse Kunduz duurt tot medio 2014. Een krappe meerderheid in de Tweede Kamer steunt de missie: VVD, CDA, D66, GroenLinks, ChristenUnie en SGP.