DEN HAAG - De staat heeft 'grote fouten' gemaakt bij de miljardeningrepen rond Fortis/ABN Amro en ING. Bovendien is de Tweede Kamer 'veelal te laat en onvolledig' geïnformeerd door toenmalig minister van Financiën Wouter Bos.

Zo luiden de stevige conclusies uit het tweede eindrapport van de parlementaire enquêtecommissie onder leiding van SP’er Jan De Wit, dat woensdag werd gepresenteerd.

De commissie onderzocht de maatregelen die de Nederlandse staat in 2008 en 2009 nam na het uitbreken van de kredietcrisis.

Een van de belangrijkste vragen was hoe het kon dat de staat ruim 13 miljard euro extra moest steken in Fortis/ABN Amro, terwijl bij de staatsovername al een kleine 17 miljard euro was gemoeid om de bank overeind te houden.

Ook lag de kwestie op tafel van de miljarden staatssteun die ING ontving.

Overrompeld

Volgens het rapport werden het ministerie van Financiën en de Nederlandsche Bank (DNB) overrompeld door de crisis. Ze waren onvoldoende voorbereid en zagen zich gedwongen tot grootschalige reddingsacties.

Hoewel Fortis zelf verantwoordelijk was voor de financiële problemen waarin de bank verkeerde, is er door gebrek aan toezicht veel te laat ingegrepen. Zo is na de overname van ABN Amro in 2007 volgens de commissie ten onrechte een verklaring van geen bezwaar afgegeven door minister Wouter Bos en DNB.

Gebrekkig

De reddingsoperatie die daarop volgde waarbij de Nederlandse staat 16,8 miljard euro betaalde, wat later opliep tot 30 miljard, ziet de commissie als de prijs die betaald werd voor financiële stabiliteit, maar had weinig te maken met de werkelijke waarde van het bedrijf. 

Vermoedelijk is tot ongeveer 5 miljard teveel betaald.

De risico’s die de staat daarmee op zich nam, waren 'groot en niet inzichtelijk'. En de uitvoering van de reddingsplannen was 'op vele punten gebrekkig'.

Nederlandse Fortis-delen

Met name over de overname van de Nederlandse Fortis-delen, zegt de commissie De Wit dat er grote fouten zijn gemaakt.

Slechte informatie-uitwisseling en onvolledige waarderingen vertroebelden het zicht op de realiteit, waardoor een groot deel van de aanvullende investeringen ‘onnodig als een verrassing’ kwam.

ING

Ook over ING wordt gesteld dat de bank mede zelf verantwoordelijk was voor de ontstane financiële problemen door zich te afhankelijk te maken van risicovolle Amerikaanse hypotheken.

Maar eveneens hier was sprake van gebrekkig toezicht. Toen de bank in problemen kwam, werd het probleem van de hypothekenportefeuille niet in de kern aangepakt.

Daardoor was uiteindelijk een tweede ingreep van de staat nodig, waarbij het merendeel (80 procent) van het risico van de portefeuille bij de staat kwam te liggen.

Was dat probleem meteen goed aangepakt door het ministerie van Financiën, dan waren veel problemen voor ING en de hogere risico’s voor de Nederlandse belastingbetaler, vermeden.

Informatie Kamer

Over het algeheel stelt de commissie dat de Tweede Kamer 'veelal te laat en onvolledig' werd geïnformeerd door Wouter Bos, de toenmalige minister van Financiën.

Bijna voor alle crisismaatregelen geldt dat de Kamer pas achteraf de nodige informatie kreeg. Daardoor werd de controlerende taak van de Tweede Kamer belemmerd.

De commissie adviseert nu de wet aan te passen zodat het kabinet niet meer zonder raadpleging van de Kamer grote hoeveelheden geld aan instellingen kan verstrekken.

Ook moet er een protocol komen om de Kamer te informeren voorafgaand aan het nemen van crisismaatregelen.

Commissie

Voor dit tweede onderzoek van De Wit, als vervolg op het eerste dat de oorzaken van de financiële crisis onderzocht, keek de commissie naar de crisismaatregelen die de Nederlandse staat heeft genomen.

Daarvoor werden tientallen getuigen onder ede gehoord. Van de buitenlandse genodigden kwam geen van allen opdagen voor verhoor. Wel zijn voorgesprekken gehouden.

De commissie rekent er nu op dat de Kamer het rapport snel zal behandelen.

Toelichting

In een toelichtig op het rapport stelde de commissie dat ondanks de gemaakte fouten, de staat daadkrachtig heeft opgetreden. Kamervoorzitter Gerdi Verbeet benadrukte dat het parlement "altijd het naadje van de kous moet weten."

De commissie heeft geen gevallen van meineed ontdekt tijdens de verhoren.

Commissie De Wit