DEN HAAG - Het moet makkelijker worden om een nieuwe school te stichten. Daartoe is een ruimere interpretatie nodig van artikel 23 van de Grondwet, waarin de vrijheid van onderwijs geregeld wordt. 

Dat is de belangrijkste conclusie van het donderdag gepubliceerde advies van de Onderwijsraad dat is aangeboden aan de Tweede Kamer.

''Een school die voldoende leerlingen weet te trekken en vooraf deugdelijk onderwijs garandeert, voorziet in een maatschappelijke behoefte en komt in aanmerking voor overheidsbekostiging'', zo schrijft het adviesorgaan. Daarbij stelt de raad het recht van leerlingen op goed onderwijs centraal.

Op dit moment is het heel lastig om nieuwe soorten scholen van de grond te krijgen. Ouders en schoolbesturen kunnen bijzondere scholen oprichten, maar alleen op basis van een duidelijke levensbeschouwelijke of religieuze oriëntatie. Een bredere interpretatie van het Grondwetsartikel zou hier verandering in moeten brengen.

De Onderwijsraad onderschrijft het belang van artikel 23 en noemt het allesbehalve ''achterhaald''. ''Het maakt variëteit in het onderwijs mogelijk en sluit zo aan bij de grote maatschappelijke verscheidenheid die ons land kenmerkt.'' Aanpassing van het artikel is daarom niet nodig.

Weg vrijmaken

D66-Tweede Kamerlid Boris van der Ham is blij met het advies van de Onderwijsraad, maar vindt wel dat het Grondwetsartikel aan modernisering toe is. "Ons onderwijsbestel moet opener worden. Gevestigde belangen moeten vernieuwing en de verbetering van het onderwijs niet in de weg staan", aldus Van der Ham.

"Religieuze overwegingen spelen bij schoolkeuze steeds minder een rol." Hij wil de weg vrijmaken voor scholen die bijvoorbeeld een pedagogische richting willen aanbieden.

Van der Ham gaat drie initiatiefwetsvoorstellen indienen om artikel 23 meer in deze tijd te laten passen.