AMSTERDAM - Minister van Binnenlandse Zaken Liesbeth Spies (CDA) is niet gelukkig met de stijging van de onroerendezaakbelasting (ozb), die dit jaar hoger is dan afgesproken.

Spies gaat de gemeenten op de vingers tikken, kondigde zij dinsdag aan in de Tweede Kamer.

De stijging van de ozb bedraagt gemiddeld vier procent, bleek uit vrijdag gepubliceerd onderzoek van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo).

Dat is boven het maximum van 3,75 procent dat de rijksoverheid en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben afgesproken. De hoogte van de ozb wordt per gemeente vastgesteld.

Ingrijpen

Op 10 mei heeft Spies samen met staatssecretaris van Financiën Frans Weekers (VVD) een gesprek met de VNG.

Ze wil van de VNG horen hoe het gemiddelde alsnog onder het afgesproken maximum kan worden gebracht. Spies is niet van plan in te grijpen bij individuele gemeenten die de ozb te veel laten stijgen.

De gemeente Lingewaard verhoogde de ozb bijvoorbeeld met 57 procent, de gemeente Noordoostpolder met 31 procent.

Maar gemeenten op individueel niveau aanspreken kan Spies niet, dat is een taak van de gemeenteraden. ''Lingewaard heeft een gemeenteraad die hier ongetwijfeld mee heeft ingestemd’’, zei Spies dinsdag in de Kamer.

Afvalstoffenheffing

Het gesprek dat Spies en Weekers met de VNG zullen hebben, is voorzien voor 10 mei. ''De norm is vastgesteld op 3,75 procent en dan is 4 procent daarmee dus niet in lijn. Daaruit kunt u afleiden hoe wij de toon voor het gesprek zullen kiezen'', zei Spies tegen de Kamerleden.

Overigens merken huishoudens weinig van de stijging van de ozb, omdat de afvalstoffenheffing, die vaak hoger is dan de ozb, daalt.