AMSTERDAM - Het ministerie van Defensie houdt geen contact met de door Nederland opgeleide politieagenten in de Afghaanse provincie Kunduz, terwijl dit wel aan de Tweede Kamer was beloofd.

Defensie weet niet waar de agenten heen zijn gegaan en wat ze doen, concluderen de Volkskrant en het televisieprogramma Nieuwsuur uit onderzoek in de provincie.

De Kamer stemde in met de missie onder voorwaarde dat ex-leerlingen alleen mogen schieten uit zelfverdediging en niet mogen worden ingezet bij aanvalsacties.

Het is niet bekend hoeveel agenten na de cursus betrokken zijn geraakt bij vuurgevechten en of ze daarbij de regels hebben overtreden die met de Tweede Kamer zijn afgesproken.

Leerlingen

Om dit te controleren, zou Defensie contact moeten houden met de leerlingen. Een woordvoerder van het ministerie zegt in de krant dat de beloften wel worden nagekomen.

"We bellen niet elke week naar alle agenten om te vragen of ze de afgelopen week niet gevochten hebben. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het Afghaanse rapportagesysteem en eigen inlichtingen."

De Volkskrant en Nieuwsuur traceerden 31 van de zestig agenten die de achtweekse opleiding hebben afgerond. Zeker vijf agenten zijn al betrokken geraakt bij vuurgevechten, maar ze stellen zelf dat ze altijd uit zelfverdediging hebben geschoten.

Onder vuur

In een geval was een agent op zoek naar een terrorist, toen zijn patrouille onder vuur werd genomen. "Daarna gingen we achter ze aan. We hebben op ze gevuurd", zegt hij in de krant.

De scheidslijn tussen offensief en defensief vechten blijkt volgens de krant dun. Defensiedeskundige en directeur van instituut Clingendael Ko Colijn betwijfelt volgens de krant of gevechtshandelingen van de agenten voldoen aan de beloften van het parlement.

Het najagen van Talibanstrijders kan volgens hem een verlengstuk van zelfverdediging worden genoemd. "Aan de andere kant is het niet in de geest van de gemaakte afspraken. Er valt over te twisten."