AMSTERDAM - Minister voor Immigratie en Asiel Gerd Leers (CDA) beweert wel dat verdenkingen tegen de Afghaanse vluchteling Rafiq Naibzay individueel zijn getoetst, maar dat is niet het geval. 

Dat zei burgemeester van Giessenlanden Els Boot (PvdA) maandagavond in het televisieprogramma Nieuwsuur.

Maandag werd bekend dat Boot de politie heeft verboden medewerking te verlenen aan de uitzetting van Naibzay.

De moeder van de kinderen, van wie er twee minderjarig zijn, zou zwaar depressief en suïcidaal zijn, vooral door de situatie waarin ze momenteel verkeert. Boot vreest dat de vrouw mogelijk zelfmoord pleegt als haar man wordt uitgezet.

Brief

Vrijdag kreeg de burgemeester een brief van Leers, waarin hij aangaf geen aanleiding te zien om de Afghaanse man een verblijfsvergunning te geven. Anderen zouden volgens Leers prima in staat zijn om de zorg voor de ernstig zieke vrouw op zich te nemen.

Naibzay heeft daarbij zogenaamde 1F-status, wat betekent dat hij wordt verdacht van oorlogsmisdaden. Deze beschuldiging is echter collectief.

Volgens Boot zou individueel getoetst moeten worden of de beschuldiging klopt, maar dat is niet gebeurd, stelt zij. Van de achthonderd mensen met een 1F-status die ooit in Nederland waren, is nog geen handvol veroordeeld, gaf ze verder aan.

Vreemdelingentaak

Een woordvoerder van Leers liet maandag overigens in een reactie weten dat burgemeesters niet gaan over de vreemdelingentaak van de politie.

"Een burgemeester gaat alleen over de openbare orde en veiligheid in de eigen gemeente. De minister voor Immigratie en Asiel gaat over de vreemdelingentaak van de politie. Dus ze kan de politie op dit punt niets verbieden."

Boot stelt echter dat de openbare orde in haar gemeente door een eventuele uitzetting wel degelijk in het geding kan komen. "Wanneer meneer Naibzay wordt uitgezet en zijn vrouw doet zichzelf iets aan, dan leidt dat tot opschudding in de gemeente."

De burgemeester hoopt er in gesprekken met Leers uit te komen.