DEN HAAG - Of mensen met een laag IQ nog aanspraak kunnen maken op speciale zorg, zou moeten afhangen van de specifieke zorgbehoefte van een persoon.

Dat stelt het Sociaal Cultureel Planbureau in het rapport 'IQ met beperkingen'.

Mensen met een IQ onder de 85 kunnen nu aanspraak maken op zorg volgens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Het kabinet wil deze grens verlagen naar een IQ van 70.

Maar het SCP concludeert dat het lastig is om het IQ exact vast te stellen. Bovendien hebben zwakbegaafden (IQ tussen 70 en 84) en licht verstandelijk gehandicapten (IQ tussen 50 en 69) vaak dezelfde vraag naar zorg. Van beide groepen heeft ongeveer een derde langdurig verblijf in een instelling nodig.

Het SCP vermoedt dat 33.000 zwakbegaafden getroffen zullen worden door de zogenoemde IQ-maatregel. Zij zouden dan bij jeugdzorg, de GGZ of de WMO uitkomen voor hun zorg.

Verdubbeling

In 2009 hadden 164.000 mensen recht op AWBZ-zorg voor verstandelijk gehandicapten, tegen slechts 80.000 in 1998. Deze zorg kostte in 2009 ongeveer 6,2 miljard en vormde daarmee een kwart van de totale uitgaven aan de AWBZ.

De groei vond vooral plaats onder licht verstandelijk gehandicapten op enige afstand gevolgd door zwakbegaafden. Het gaat hierbij relatief vaak om jonge mensen, onder de 23 jaar. De vraag naar gehandicaptenzorg onder ernstig verstandelijk gehandicapten, met een IQ onder de 50, nam nauwelijks toe.

Voor een deel is de groei een bedoeld effect geweest van het gevoerde beleid. Maar ook andere factoren spelen volgens het SCP een rol. "Wellicht hebben verstandelijk gehandicapten vaker hulp nodig omdat de maatschappij veeleisender is geworden." Een gehandicapte is tegenwoordig bijvoorbeeld meer op zichzelf aangewezen en ontvangt minder hulp van buurtbewoners.

Ook noemt het bureau de verbetering van gehandicaptenzorg en 'de mondige burger die eerder het recht op zorg opeist' als mogelijke oorzaken van de groei.