UTRECHT - Minister Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur) moet nog eens bekijken of het wel nodig is om een nieuwe goederenspoorverbinding in Oost-Nederland aan te leggen.

Het is namelijk nog lang niet zeker of vervoer via het spoor wel de beste oplossing is. Wellicht biedt de binnenvaart meer kansen.

Dat adviseert de Commissie voor de milieueffectrapportage maandag. De minister had de commissie om een advies over de inhoud van de noodzakelijke milieueffectrapportage (mer) gevraagd. Zij heeft zo'n mer nodig voordat ze een tracébesluit over het goederenspoor van Elst (Gelderland) naar Oldenzaal kan nemen.

De aanleg van een goederenspoor door Oost-Nederland maakt deel uit van nationale Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS). Het PHS moet ervoor zorgen dat er in de Randstad meer ruimte komt voor personenvervoer door goederenvervoer af te laten wikkelen per trein. In Oost-Nederland groeit het verzet tegen de voorgenomen nieuwe goederenspoorlijn.

Groeien

De commissie voor de mer is het eens met Tweede Kamerleden, die willen weten of het goederenvervoer in Nederland zo sterk zal gaan groeien als is aangenomen in het PHS. Ook is het mogelijk de Betuwelijn nog beter te benutten, als er eindelijk eens een aansluiting met Duitsland komt. En er ligt nog steeds een plan voor een 'noordtak' aan de Betuwelijn, aldus de commissie.

Mocht na al deze onderzoeken blijken dat er toch een nieuwe goederenspoorlijn door Oost-Nederland moet komen, dan moet het leefklimaat van omwonenden langs de lijn centraal staan in de op te stellen mer, vindt de commissie.