Minister Jan Kees de Jager blikt met NU.nl terug op het crisisjaar 2011 en vooruit op het komende jaar. "Vanaf 2013 kunnen we nadenken over herstel."

Al weken kampt de minister van Financiën met een griepje, maar voor uitzieken is er geen tijd. Het jaar 2011 was een tropenjaar voor De Jager en dat begint hij te merken in zijn weerstand.

“Het werk is zowel mentaal als fysiek veeleisend met soms twintigurige werkdagen.”

Twintigurig? Dat is onmenselijk.

“Soms resteren inderdaad maar één of twee uur slaap. Zo'n ritme moet je niet te lang hebben, maar inmiddels duurt het wel vrij lang. Aan de andere kant is het werk zo enerverend dat dat ook wel veel energie geeft.”

Rustiger wordt het de komende maanden niet, heeft u zelf gezegd.

“Dat is waar. De crisis waait niet binnen een paar maanden over, daarvoor zijn de problemen in Zuid-Europa te groot. Die zijn de afgelopen 15 jaar opgebouwd en los je niet zomaar op.”

Heeft u afgelopen jaar momenten gehad dat u dacht dat de Euro verloren was?

“Dat niet. Omdat ik de stellige overtuiging had dat het uiteindelijk in het belang is van iedereen dat de probleemlanden in beweging komen: bezuinigen en hervormen. Het noodfonds is slechts symptoombestrijding.”

“Het fundamentele probleem is dat deze economieën achterblijven en mede daardoor de overheidsfinanciën uit de klauwen lopen.”

Maar ook de verdeeldheid in Europa zorgt ervoor dat het lang duurt voordat er een echte oplossing is.

“Het duurde lang voordat het besef er was dat ingrijpen echt nodig was. Wij hadden al in mei 2010 op tafel gelegd dat afspraken moeten worden gemaakt om dit in de toekomst te voorkomen. De monetaire unie is alleen houdbaar als je afspraken maakt over begrotingsdiscipline. En zorgen dat iedereen concurrerend blijft.”

“Ik ging er vanuit dat als je met zijn allen op een muur afstormt, dat dan die bezinning wel zal komen.”

Bij iedere eurotop denkt iedereen weer: we zitten bijna op die muur.

“Dat is het beeld in de media. Ik heb geen minister horen zeggen: dit wordt de top der toppen. Iedereen verzint dat dit dan de top der toppen is en na afloop zegt iedereen: nee, het was toch niet de top der toppen.”

Jullie hebben er belang bij om de zaak optimistisch voor te spiegelen.

“Ik heb juist de verwachtingen altijd wel getemperd en gezegd: deze crisis is een veelkoppig monster. Die ga je niet met een top oplossen.”

Vindt u de oppositie te kritisch? Met name de PvdA en GroenLinks dreigen regelmatig steun in te trekken als er geen goed pakket terugkomt uit een eurotop.

“Ze zijn oppositie dus ze moeten wel ergens tegen zijn. De kritiek is wel een beetje makkelijk soms. Als ze zeggen: Frankrijk en Duitsland moeten meer doen. Ja, hallo, zeg dat dan tegen Parijs en Berlijn.”

“Wij hebben veel invloed, maar kunnen niemand dwingen. We zijn het over de inzet van Nederland vaak eens met de oppositie en hebben daarvan ook veel binnengehaald.”

Wat is niet gelukt?

“Als Engeland ook had meegedaan hadden we via een verdragswijziging de semi-automatische sancties juridisch net iets mooier kunnen regelen. Maar het is grote winst dat er nu toch een vorm van automatische sanctie gaat komen.”

Juridisch mooier om de financiële markten gerust te kunnen stellen?

“Ik denk dat de financiële markten sowieso even de kat uit de boom kijken. Het nieuwe verdrag moet nog verder worden uitgewerkt en Frankrijk maakt al terugtrekkende bewegingen, met name de oppositie. Dat is zeer teleurstellend, zij stellen het verkiezingsbelang boven het landsbelang.”

“Twee presidentskandidaten willen allemaal dingen aan het akkoord veranderen, dat is natuurlijk niet realistisch. Zij willen dat het minder streng wordt. Ja, hallo! Dat is precies niet de problemen van de afgelopen 15 jaar erkennen.”

Zijn partijen in Nederland ook te veel met electoraal gewin bezig en minder met het landsbelang?

“Vind ik lastig te beoordelen. Aan de PVV heb je op dit specifieke onderwerp niks. Al zijn ze in ieder geval wel consistent.”

“Ik ga er vanuit dat elke partij het akkoord op zijn merites beoordeelt. Dat heeft de PvdA ook altijd gedaan. Op het gebied van de schuldencrisis zijn zij voor ons natuurlijk veel belangrijker.”

Ook in Nederland zijn de steunoperaties niet populair.

“Ik begrijp die scepsis wel. Er is veel misgegaan in Europa. Van de weeffouten bij de totstandkoming van de monetaire unie ondervinden we nu de gevolgen. Wat ik probeer te doen is uitleggen waarom het in het belang van Nederland is dat we deze beslissingen nemen.”

“Zo'n 30 procent van onze werkgelegenheid is gerelateerd aan onze exportpositie. Onze handel is afhankelijk van Europa. De steun die we onder strenge voorwaarden geven is dan echt het beste wat we kunnen doen. Anders zou het ons veel meer kosten.”

Schetst u eens een beeld hoe de Europese Unie er over tien jaar uitziet. Een politieke unie?

“Dat hoeft niet, maar wel een stabiliteitsunie. Dat betekent dat we geen afspraken maken over de inrichting van ons zorgsysteem of ons onderwijs, maar dat we financieel en economisch veel meer in balans zijn.”

“Dat kan door handhaafbare regels om begrotingsdiscipline af te dwingen en hier streng op toe te zien. Daarnaast moeten landen hun concurrentiekracht via de koninklijke weg bijhouden, bijvoorbeeld door loonkostenbesparing of productiviteitswinst.”

Moeten die maatregelen om de concurrentiepositie niet uit de pas te laten lopen afdwingbaar zijn?

“In zekere mate wel. Als je te ver uit de pas loopt moet je een programma inleveren en daar moet je je aan houden. Daar staan sancties op. In tegenstelling tot begrotingsdiscipline zit je als land wel meer zelf aan het stuur.”

“Als je heel ver vooruit kijkt, dan kan je denken aan een situatie waarbij geen landen gered worden, maar alleen banken. We redden nu namelijk landen vanwege het mogelijke besmettingsgevaar van het Europese bankwezen.”

“Met een goed Europees bankentoezicht – om onder meer te voorkomen dat banken zich volzuigen met nationale obligaties – zou het moeten kunnen.”

In dat geval kun je een land veilig failliet laten gaan?

“Een land gaat nooit echt failliet, want het blijft bestaan. Je zou bij de faillietstatus meteen maatregelen moeten nemen, zoals het verlagen van de ambtenarensalarissen.”

Bent u optimistisch voor 2012?

“Nee, het wordt geen makkelijk jaar. Zowel qua binnenlandse als Europese verhoudingen zal het een stevig jaar worden. De slag van de bankencrisis zijn we aan het goedmaken en we zien nu alweer een economische teruggang.”

“Dat heeft gevolgen voor de overheidsfinanciën. In Europa zal het vertrouwen in de financiële markten herwonnen moeten worden.”

Dat klinkt niet als een optimisch verhaal voor onder de kerstboom.

“Als je iets optimistisch voor kerst wil horen kan ik zeggen dat de eurozone-fundamenten nog relatief goed zijn als we deze problemen weten te overwinnen. We hebben een lagere schuld dan de VS en Japan en ook in Engeland gaat het slecht.”

“Wij komen sterker uit de crisis, met een sterkere munt dan de VS. De dollar is overeind gehouden door massaal geld bij te drukken. De klap op de economie komt later altijd harder terug. Wij hebben dat niet gedaan.”

Maar het herstel hoeven we dus niet al in 2012 te verwachten?

“Nee, dit gaat over meerdere jaren. 2012 wordt nog moeilijk, maar vanaf 2013 kunnen we gaan nadenken over het herstel en over het terugwinnen van het vertrouwen in de markten.”