AMSTERDAM - In de Afghaanse provincie Uruzgan had meer kunnen worden bereikt als de Tweede Kamer zich niet zo gedetailleerd met de missie had bemoeid.

Dat concluderen onafhankelijke deskundigen en de hulporganisatie Cordaid op basis van een eigen onderzoek, schrijft Trouw maandag.

Het angstvallig mijden van contact met omstreden krijgsheren heeft volgens experts, Instituut Clingendael en Cordaid contraproductief gewerkt.

Zo moest gouverneur Jan Mohammed Khan (JMK) van de Kamer worden vervangen omdat hij als krijgsheer met de Taliban had samengewerkt. Daarbij stond hij te boek als bruut en meedogenloos.

De commandant van de snelwegpolitie, Matiullah Khan, moest om vergelijkbare redenen het veld ruimen.

Machtsfactoren

"Hoe vervelend en politiek incorrect ook, figuren als JMK en Matiullah Khan waren in Uruzgan nu eenmaal belangrijke machtsfactoren", schrijven de onderzoekers in hun rapport.

Nederlandse militairen en diplomaten kregen in Uruzgan tegenwerking omdat belangrijke machthebbers werden genegeerd. De Haagse werkelijkheid stond volgens de onderzoekers soms 'mijlenver van de situatie in Uruzgan'.

Toen Nederland vertrok, herstelden de Verenigde Staten direct het contact met Matiullah Khan. JMK werd in juli vermoord.

De Tweede Kamer houdt maandag een rondetafelgesprek met onder meer het leger, ministeries en non-gouvernementele organisaties (ngo). Onderwerp van gesprek is een eindevaluatie van het ministerie van Defensie en het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Veiligheid

In de in september naar buiten gebrachte evaluatie wijzen de ministeries erop dat de veiligheid is verbeterd, leger en politie beter zijn getraind en dat de economische ontwikkeling op gang komt.

Daarbij hebben meer mensen toegang tot zorg en onderwijs. Wel waarschuwt de evaluatie dat de vooruitgang verloren kan gaan. Nederland heeft er in vier jaar niet voor kunnen zorgen dat de Afghaanse bevolking zelfstandig verder kon.

De Kamer bespreekt de evaluatie in februari. De bedoeling hiervan is dat wordt bekeken hoe het bij volgende missies beter kan.

Hoorzitting

Nederlandse commandanten hebben met enige verbazing de politieke discussie gevolgd of er in de Afghaanse provincie Uruzgan nu sprake was van een opbouw- of een vechtmissie. Dat bleek maandag bij een hoorzitting in de Tweede Kamer waar de missie met betrokkenen en deskundigen geëvalueerd wordt.

Kolonel Hans van Griensven, die het commando voerde over de Task Force Uruzgan in 2007, zei de discussie in de Tweede Kamer over de status van de missie nooit zo goed begrepen te hebben. Volgens hem ging het steeds om het ontwikkelen van het gebied, maar moest soms de ruimte daar voor bevochten worden.

"Er was geen onderscheid tussen het een of het ander", aldus van Griensven.