DEN HAAG - Regeringspartij CDA en de PvdA in de oppositie roepen het kabinet op om armoede onder kinderen terug te dringen.

Tweede Kamerlid Eddy van Hijum van het CDA kondigde woensdag tijdens een debat met premier Mark Rutte over de sociale staat van Nederland aan hierover een motie in te dienen met zijn PvdA-collega Hans Spekman.

Van Hijum wees erop dat uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat een groeiende groep kinderen in armoede opgroeit. Volgens hem moet het kabinet "echt ambitie blijven tonen'' om armoede onder kinderen te verminderen.

Ambitieus programma

Zo moet het kabinet bij een beroep op Europese subsidies (ESF) met gemeenten een ''ambitieus programma'' opstellen om bij kinderen schooluitval, taal- en ontwikkelingsachterstanden tegen te gaan.

Volgens VVD'er Mark Harbers blijkt juist uit SCP-onderzoek dat de stijging van armoede beperkt is gebleven ondanks crisisjaren. Ook blijkt dat 93 procent van de kinderen in armoede zich daaraan weet te onttrekken via scholing en werk. ''Je kunt van een dubbeltje een kwartje worden in Nederland'', aldus Harbers.

Rutte zegde Van Hijum toe dat het kabinet ''absoluut'' de ontwikkelingen van kinderen in achterstandssituaties blijft volgen. Ook valt er volgens hem vooral nog een slag te maken via zo goed mogelijk onderwijs. Volgens hem verlaten nog altijd te veel kinderen te vroeg de schoolbanken, zonder dat ze een behoorlijk opleidingsniveau hebben behaald dat ze kansen biedt op een baan.

Rutte

Premier Mark Rutte maakt bezwaar tegen het gebruik van de term 'armoede' in Nederland. Dat zei Rutte woensdag in een debat met Tweede Kamerlid Sadet Karabulut van de SP over de sociale staat van Nederland. Karabulut wil dat het kabinet wat doet aan wachtlijsten bij voedselbanken en tegen honger in ons land.

De premier wees erop dat het niveau van het sociaal minimum in Nederland tot de hoogste in Europa behoort. Hij stelde daarbij wel dat het in Nederland ''pittig'' is om met een bijstandsuitkering rond te moeten komen. Maar er is volgens hem geen situatie waar ''onmiddellijk ontwikkelingshulp naartoe moet''.