DEN HAAG - Mensen die het minimumloon verdienen of niet meer dan 150 procent van het minimumloon, kunnen in de toekomst eerder stoppen met werken zonder al te veel in te leveren op hun koopkracht.

Dat schrijft minister Henk Kamp (Sociale Zaken) dinsdag aan de Tweede Kamer.

De minister heeft gekozen voor het vaststellen van een inkomensgroep voor de nieuwe regeling, omdat het niet mogelijk is om de categorie zware beroepen te definiëren. Mensen met zwaar werk die vanaf 2025 eerder stoppen met werken, gaan er volgens de regeling niet meer dan 3 procent op achteruit.

Er komt een aanvullende werkbonus, waarmee mensen vanaf hun 58e een bedrag kunnen sparen van ongeveer 17.000 euro.

Inkomensverlies

Daarmee kan het inkomensverlies in het tweede jaar van het pensioen worden opgevangen. Eerder is het verlies in koopkracht in het eerste jaar na het stoppen met werken al gerepareerd.

De regeling is een uitwerking van de eis die de PvdA op tafel heeft gelegd in ruil voor steun aan de pensioenplannen van Kamp. De minister stuurt dinsdag een brief aan de Tweede Kamer om de maatregelen toe te lichten.