DEN HAAG - Het kabinet wil dat de Nederlandse politietrainers in de Afghaanse provincie Kunduz ook onderofficieren en Afghaanse trainers gaan opleiden.

De Tweede Kamer is daar vrijdag over ingelicht.

Het kabinet denkt dat het opleiden van het lager politiekader, agenten die net iets hoger in rang zijn dan de rekruten die Nederland nu traint, ''waardevol en haalbaar'' is.

Het gaat om een achtweekse opleiding die volgt op de basistraining. Verder kunnen Afghaanse trainers meelopen met Nederlandse en Duitse politietrainers. De extra taken komen bovenop het opleiden van Afghaanse agenten.

Rosenthal

Minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken zegt met deze toevoeging meer rendement uit de missie te kunnen halen. Hij denkt ook dat de afspraken over de missie, bijvoorbeeld dat door Nederland opgeleide agenten niet mogen vechten, niet aangepast hoeven te worden.

Rosenthal heeft er vertrouwen in dat hij van een meerderheid in de Tweede Kamer steun zal krijgen voor het voorstel.

Het kabinet gaat ook een aantal andere mogelijkheden onderzoeken om het takenpakket van de trainers uit te breiden. Zo zouden in de toekomst agenten van buiten de provincie Kunduz door Nederlanders getraind kunnen worden.

Zij moeten dan voor hun opleiding naar de Nederlandse basis komen. Ook gaat het kabinet kijken of het haalbaar is om grenspolitie te trainen.

Dan zouden wel de civiele taken van de grenspolitie gescheiden moeten worden van de militaire taken. Op die manier kan worden voorkomen dat Nederlanders agenten trainen die later gaan vechten.

Afghanistanconferentie

Besluiten hierover zullen pas na de Afghanistanconferentie van begin december worden genomen. Ook is het afhankelijk van de overdracht van de verantwoordelijkheid voor de veiligheid aan de Afghanen.

''Als daar noordelijke provincies bij zouden horen, dan zouden de mogelijkheden om daar een bijdrage te leveren, toenemen'', aldus Rosenthal.

Stand-by

Voorlopig blijven in Kunduz tien basistrainers actief. Sinds het besluit om het aantal trainers te halveren omdat zij onvoldoende werk voorhanden hadden, staan er nog tien trainers stand-by. Er is nog niet bepaald of zij alsnog worden ingezet.

Het lijkt er inderdaad op dat de politieke partijen die hebben ingestemd met de politietrainingsmissie, geen probleem hebben met het plan van het kabinet om het takenpakket van de trainers uit te breiden.

''Alle rangen en standen zijn welkom, als het maar civiele politie is'', aldus Tweede Kamerlid Mariko Peters van GroenLinks.

Ook Joël Voordewind van de ChristenUnie gaf aan welwillend te staan tegenover het opleiden van andere civiele agenten en trainers binnen Kunduz. Wassila Hachchi van D66 zei dat deze uitbreiding bespreekbaar is voor haar fractie.

Opties

De opties die het kabinet nog bekijkt, het trainen van de grenspolitie en van rekruten uit andere delen van Afghanistan, liggen gevoeliger. Vooral GroenLinks hecht eraan dat de opgeleide agenten niet vechten, wat bij de grenspolitie nu wel het geval is.

De ChristenUnie vindt het belangrijk dat de getrainde agenten gevolgd worden. Dat is een heikel punt als er rekruten van buiten Kunduz worden opgeleid.