DEN HAAG - Het overleg dat de inlichtingendiensten AIVD en MIVD onderling en met het ministerie van Buitenlandse Zaken voerden over de mislukte evacuatiemissie in Libië, was onvoldoende.

Dat staat in een rapport van de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, dat dinsdag naar buiten is gebracht.

In februari mislukte de operatie met een boordhelikopter van marineschip Hr. Ms. Tromp om een Nederlander te evacueren uit Libië.

Na de landing overmeesterden zo'n 30 gewapende mannen de driekoppige helikopterbemanning. Na anderhalve week kwamen ze vrij. Enkele weken later gaf het kabinet toe dat er fouten waren gemaakt en dat er lessen kunnen worden getrokken uit de gebeurtenissen.

Inlichtingendiensten

Volgens de commissie is de communicatie tussen de twee inlichtingendiensten te laat en te langzaam op gang gekomen. Ook hebben de diensten elkaar vooraf onvoldoende op de hoogte gesteld.

Daarnaast had de AIVD overleg moeten hebben met het ministerie, om ervoor te zorgen dat de diplomatieke pogingen om de gevangengenomen militairen vrij te krijgen niet werden doorkruist.

MIVD

Het rapport gaat verder in op de activiteiten van de inlichtingendiensten na de mislukte missie. Alle acties van de AIVD voldeden volgens de commissie aan de regels.

De MIVD heeft bij de inzet van zogeheten bijzondere bevoegdheden echter procedurele fouten gemaakt. De inzet was bijvoorbeeld onvoldoende gemotiveerd of niet tijdig beëindigd, aldus de commissie.

Om problemen in de toekomst te voorkomen moet onder meer worden gekeken naar de rol van de coördinator inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Die is bij de evacuatiemissie niet betrokken geweest. In de toekomst zou dat wel moeten gebeuren.

Alles over de gebeurtenissen in het Midden-Oosten