DEN HAAG - Minister Henk Kamp (Sociale Zaken) heeft het Centraal Planbureau (CPB) gevraagd nader onderzoek te doen naar de effecten van bezuinigingen op de kinderopvang.

Volgens Kamp blijkt het moeilijk in te schatten in hoeverre ouders minder gaan werken als ze minder kinderopvangtoeslag krijgen.

Dat heeft de minister dinsdag geschreven in reactie op vragen van PvdA, D66 en GroenLinks in de Tweede Kamer. Hij heeft het CPB gevraagd de effecten op verschillende groepen ouders in kaart te brengen. Zo wordt gekeken naar verschillen in opleidingsniveau.

Eerder is volgens Kamp ''niet expliciet'' meegewogen dat ouders met een lage opleiding een andere arbeidsmarktpositie hebben dan hoger geschoolden en andere keuzes maken. Wel is gekeken naar effecten van een hogere ouderbijdrage op diverse inkomensgroepen.

Volgens de VVD-bewindsman telt niet alleen de prijs. Economische ontwikkelingen en sociaal-culturele opvattingen noemt hij ''minstens zo belangrijk'' voor de mate waarin ouders werken en hun kinderen naar de crèche of gastouder brengen.

Spoed

GroenLinks-Kamerlid Ineke van Gent hoopt dat Kamp met spoed om het extra onderzoek van het CPB heeft gevraagd. De Kamer voelt nog deze maand de minister aan de tand in een debat over kinderopvang.

Volgens Van Gent en haar PvdA-collega Mariëtte Hamer blijkt uit verschillende onderzoeken dat flink wat ouders door de duurdere kinderopvang minder gaan werken of zelfs helemaal stoppen. Dat zou vooral gelden voor vrouwen, lagere inkomens en lager opgeleiden.

Ontzien

Kamp stelt juist bij de ingreep lagere inkomens, alleenstaande ouders en mensen met grotere banen te ontzien. Hierdoor hoopt hij zoveel mogelijk te voorkomen dat de kinderopvang zo duur wordt dat werken straks te weinig oplevert.

In juni maakte de minister bekend dat volgens CPB-berekeningen door de bezuinigingen de arbeidsparticipatie daalt met 0,1 procent; ofwel met ongeveer 7000 personen.