DEN HAAG - Er is geen sprake van een verstoorde benzinemarkt, waarbij prijzen worden opgedreven. 

Dat concludeert minister Verhagen (Economische Zaken) na een in zijn opdracht uitgevoerd onderzoek naar de benzinemarkt.

De Tweede Kamer had op initiatief van PVV-Kamerlid Jhim van Bemmel en PvdA-Kamerlid Sharon Dijksma om zo'n onderzoek gevraagd.

De Kamer wilde weten hoe het kan dat de benzineprijs sneller leek te stijgen dan de hoogte van de olieprijs en de dollarkoers kon verklaren.

Volgens Van Bemmel en Dijksma steeg de benzineprijs sinds 2008 met 60 procent, terwijl de dollarkoers gelijk was gebleven en de olieprijs zelfs met 33 procent was gedaald.

Uit het onderzoek van onderzoeksbureau EIM blijkt dat de prijzen aan de pomp wel degelijk meebewegen met de stand van de dollar en de olieprijs.

Fluctuaties

Wel concludeert het onderzoeksbureau dat fluctuaties kunnen optreden. Bijvoorbeeld doordat de prijzen in het productieproces van import naar pomp, tot stand komen op verschillende markten met een eigen dynamiek en eigen concurrentieomstandigheden.

Met name in het geval van diesel komt het voor dat prijzen langzamer dalen dan dat ze stijgen. Overigens komt dit volgens het EIM maar beperkt voor.

Wel worden de beperkte toegang voor bedrijven tot de olievelden en het benodigde kapitaal als knelpunten gezien. Opereren op dit niveau geeft voor deze ondernemingen economisch risico.

Prikkel

Ook komt naar voren dat de prijzen aan de snelweg hoger liggen dan op andere plekken. Deze worden namelijk vooral gebruikt door zakelijke klanten met tankpassen die nauwelijks geprikkeld worden om een goedkopere pomp te zoeken.

Volgens het onderzoeksrapport kan de prijs bij pomphouders naar beneden als meer consumenten kritisch kijken naar waar de benzine het goedkoopst is.