'Defensie moet opener zijn over wangedrag'

DEN HAAG - Defensie moet intern maar ook naar buiten toe actiever communiceren over wangedrag door medewerkers.

Openheid over integriteitsschendingen komt de geloofwaardigheid van de organisatie ten goede. Terughoudendheid erover staat op gespannen voet met de transparantie die de overheid nastreeft.

Dat stelt een commissie die de integriteitszorg bij Defensie heeft onderzocht in een rapport dat donderdag is aangeboden aan minister Hans Hillen.

Ondanks tekortkomingen zijn er volgens de commissie elementen voor een adequaat integriteitssysteem beschikbaar, maar die vormen nog geen geheel. Aanleiding voor het onderzoek waren twee incidenten bij de materieelorganisatie van Defensie (DMO).

Schroom

De commissie, onder leiding van luitenant-generaal buiten dienst en oud-inspecteur-generaal Cees de Veer, benadrukt dat de commandant de eerstverantwoordelijke is als het gaat om de bewustwording en handhaving van de integriteit. Dat mag wel wat beter worden belicht.

De bereidheid om een vermoeden van wangedrag te melden, is groot. Maar er bestaat ook schroom om commandanten bij een incident te betrekken, constateert de commissie, die adviseert om integriteit standaard aan de orde te stellen bij functioneringsgesprekken.

Registreren

Defensiepersoneel moet onkreukbaar en betrouwbaar zijn en daarmee is integer gedrag volgens de onderzoekers een onderdeel van de professionaliteit van de militair. De aandacht ervoor mag ook in deze tijden van grote reorganisaties en onzekerheid niet verslappen, waarschuwen ze.

Hoe vaak defensiemedewerkers in de fout gaan en hoe dat wordt bestraft, is volgens de commissie niet te zeggen omdat dat nog niet systematisch wordt bijgehouden. Daarom hebben de topambtenaren van het ministerie geen compleet beeld van de integriteit van hun organisatie als geheel. Inmiddels is Defensie begonnen om incidenten te registreren.

Lees meer over:
Tip de redactie