DEN HAAG - De politiechef en zijn vervanger in de Afghaanse provincie Kunduz moeten ervoor zorgen dat de maatregelen tegen martelingen in gevangenissen en politiebureaus serieus en effectief worden uitgevoerd.

Daarop zijn de politiefunctionarissen aangesproken door Nederland en de internationale partners.

Dat schrijven de ministers Hans Hillen (Defensie) en Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken) in een brief aan de Tweede Kamer.

De brief is een reactie op een rapport van de Verenigde Naties, waarin de martelingen werden gemeld. De Afghaanse overheid heeft beloofd maatregelen te nemen om herhaling te voorkomen.

Trainingsmissie

Nederland heeft in Kunduz een politietrainingsmissie. De Kamer wilde dan ook weten of door Nederland opgeleide Afghaanse agenten betrokken zijn bij de martel- en folterpartijen. Volgens de ministers kan op basis van het rapport niet worden vastgesteld of dat zo was.

Sinds eind september draagt de internationale troepenmacht ISAF, en dus ook Nederland, geen gevangenen meer over aan de in opspraak geraakte detentiecentra.

Hoofdbureau

Het VN-rapport gaat over heel Afghanistan, maar Kunduz wordt meermalen bij naam genoemd. Er staat onder meer in dat er overtuigend bewijs is gevonden van martelingen en mishandelingen in het hoofdbureau van de Afghaanse civiele politie in Kunduz en in het districtsbureau Dasht-e-Archi, tevens in Kunduz.