DEN HAAG - Afghaanse agenten en gevangenbewaarders die gedetineerden hebben gemarteld, moeten worden vervolgd en gestraft. Daar dringt Nederland bij de Afghaanse autoriteiten op aan.

Dat zei een topambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken woensdag.

Aanleiding is een maandag verschenen rapport van de Verenigde Naties over martelingen in Afghaanse detentiecentra, waaronder die in de provincie Kunduz, waar Nederland bezig is met een politietrainingsmissie.

Het kabinet komt op verzoek van de Tweede Kamer snel met een reactie op de bevindingen van de VN.

Ernstige verwijten

Volgens Joep Wijnands, directeur Veiligheidsbeleid van Buitenlandse Zaken, heeft Nederland met zorg kennisgenomen van de uitkomsten. ''Het gaat om bijzonder ernstige verwijten.''

De Afghaanse autoriteiten hebben een eigen onderzoek ingesteld en aangekondigd met gepaste maatregelen te komen. Ook zullen ze de schuldigen uit hun functie zetten. Maar Nederland vindt dat ze ook moeten worden berecht, aldus Wijnands.

Overtuigend bewijs

Toen de internationale troepenmacht ISAF begin september van de martelingen hoorde, zijn meteen maatregelen genomen, benadrukte commandant der strijdkrachten Peter van Uhm. Zo is voorkomen dat gevangenen nog zijn overgedragen aan in opspraak geraakte detentiecentra.

In het VN-rapport wordt Kunduz meermalen bij naam genoemd. Er staat onder meer in dat er overtuigend bewijs is gevonden van martelingen en mishandelingen in het hoofdbureau van de Afghaanse civiele politie in Kunduz en in het districtsbureau Dasht-e-Archi, tevens in Kunduz.

Metalen stok

Ook worden voorbeelden gegeven van de ontdekte misstanden. Zo zouden Afghaanse agenten een gevangene in het hoofdbureau in Kunduz met kabels op zijn voetzolen hebben geslagen. Daarnaast werd hij meermalen met een metalen stok op zijn rug geslagen. Hij moest een moord toegeven of smeergeld betalen.

Op hetzelfde bureau zou ook een 16-jarige jongen zijn mishandeld. Hij werd geschopt en geslagen om toe te geven dat hij lid was van de extremistische Talibanbeweging. Op het districtsbureau in Dasht-e-Archi werd een geboeide gevangene geslagen met geweren en raketwerpers.