DEN HAAG - De overheid schiet tekort in de aanpak van seksueel geweld tegen kinderen.

Dat komt omdat de overheid kinderpornografie te veel ziet als cybercrime.

De overheid kan kinderpornografie alleen serieus bestrijden, als ze de aanpak ervan tot onderdeel maakt van een totaalbeleid ter bescherming van kinderen tegen seksueel geweld.

Tot die conclusie komt de Nationaal Rapporteur Mensenhandel (NRM), Corinne Dettmeijer-Vermeulen, in een rapport, dat woensdag werd gepresenteerd.

Misvatting

De bestrijding van kinderpornografie ligt nu vooral bij het ministerie van Justitie, maar ook het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) zou daarin een rol moeten spelen, staat in het rapport. VWS ziet nu voor zichzelf geen rol, maar dat is een misvatting.

Behalve opsporing en vervolging van daders zijn namelijk ook preventie, signalering en hulpverlening aan de slachtoffers belangrijk. Die laatste liggen specifiek op het terrein van VWS.

Op internet vindt seksueel geweld tegen kinderen plaats. Er is kinderpornografie te vinden, loverboys ronselen er meisjes en pedofielen benaderen er kinderen met seksuele bedoelingen. Alleen repressieve middelen zijn niet genoeg om kinderen te beschermen tegen seksueel geweld op internet, stelt de rapporteur. Het digitale perspectief ontbreekt nog in de aanpak en het kind moet centraal staan.

De overheid kan het probleem niet alleen aan en moet samenwerken met onder meer private partijen en ngo's.

Andere prioriteiten

Politie en justitie houden zich volgens de rapporteur daarnaast vooral bezig met bestrijding van het vervaardigen, verspreiden en opzettelijk kijken naar kinderporno. Maar door de grote hoeveelheid zaken is er te weinig oog voor de (opsporing van) slachtoffers.

De meeste zaken die voor de rechter komen, gaan over het bezit van kinderporno en niet over het vervaardigen ervan. De opsporingsdiensten zouden andere prioriteiten moeten stellen.

Ook moet worden bekeken of alle zaken die gaan over het bezit van kinderporno, altijd voor de rechter moeten komen of dat er ook alternatieve manieren om te straffen zijn. De NRM pleit ook voor een aanpak van veroordeelde zedenplegers die een verhoogd risico vormen.

Opstelten

Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) noemt het rapport waardevol. Hij gaat het lijvige werk nog bestuderen, maar geeft wel aan dat er meer nodig is hoewel de koers recentelijk al werd verlegd en er sindsdien meer wordt gelet op internetactiviteiten.

''We moeten niet alleen focussen op afbeeldingen, maar ook kijken naar onderliggend seksueel geweld. Dus ook kijken naar de vervaardigers en misbruikers. Daar zijn we ook mee bezig, maar jammer genoeg zit er te weinig schot in'', aldus Opstelten.

Begrotingsbehandeling

Hij verwacht dat het eerder aangekondigde actieplan kindermishandeling nog voor de begrotingsbehandeling van het ministerie van Veiligheid en Justitie, gepland voor begin november, af kan zijn.

Staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten (Volksgezondheid) wil af van het fenomeen dat slachtoffers door de beelden die maar blijven bestaan op internet, worden aangesproken met: ''Ken ik u niet ergens van?''. De Nationaal Rapporteur Mensenhandel beschrijft dat en de bewindsvrouw wil het ''met wortel en tak uitroeien''.

Meer nadruk

De Nederlandse politie onderschrijft de conclusie van de NRM dat bij de bestrijding van kinderporno meer nadruk moet komen te liggen op preventie en hulpverlening aan de slachtoffers. Dat zei Peter Reijnders, landelijk programmamanager kinderporno van de Raad van Korpschefs, woensdag.

''Daar moet veel energie in. Maar de politie en ministeries kunnen dat niet alleen. Allerlei andere instanties zijn daarbij nodig'', zei Reijnders.

Het opsporen van slachtoffers is volgens hem heel arbeidsintensief. ''Daar hebben we capaciteit voor nodig'', zei Reijnders. Eerder dit jaar is al aangekondigd dat de politie het aantal politiemensen dat zich bezighoudt met het bestrijden van kinderporno, gaat verdubbelen van de huidige 75 naar 150.