AMSTERDAM - De kwaliteitsproblemen in het hoger beroepsonderwijs zijn het gevolg van de jarenlange roep van de overheid om fusies tussen hogescholen.

Dat zegt bestuursvoorzitter Doekle Terpstra van de geplaagde hogeschool InHolland dinsdag in een interview met Folia, het blad van de Universiteit en de Hogeschool van Amsterdam.

Volgens Terpstra - voormalig voorzitter van de HBO-raad - heeft de overheid de problemen zo over zichzelf afgeroepen. "Onder vele kabinetten is het credo geweest: gij zult fuseren. En dus kreeg je ook in het hbo groei om de groei, en daar zijn bijna megalomane effecten uit ontstaan."

De bestuursvoorzitter vindt dat met die trend moet worden gebroken. "Wie de kwaliteit hoog wil houden, moet leren begrenzen."

Kritisch

Terpstra, die in november 2010 werd aangesteld om de in opspraak geraakte hogeschool weer op orde te brengen, toont zich kritisch over het beleid van zijn voorgangers. "Je had hier een sterk topdown-gedreven organisatie, met veel aandacht voor bedrijfsvoeringsprocessen. En de ondersteunende diensten waren dominant ten opzichte van het primaire proces van onderwijs geven."

HBO-onwaardig

Hogeschool InHolland kwam de afgelopen jaren in opspraak vanwege de ondermaatse kwaliteit van een aantal opleidingen, die door de inspectie als 'hbo-onwaardig' werd gekwalificeerd.

De onderwijsinstelling bleek studenten in een aantal gevallen te gemakkelijk een diploma te hebben verstrekt. Die affaire leidde tot het aftreden van toenmalig bestuursvoorzitter Geert Dales, wiens vertrekregeling van 180.000 euro zorgde voor woedende reacties in de politiek.

Zo'n vierhonderd oud-studenten die zich zorgen maken over de kwaliteit van hun studie hebben zich aangemeld voor bijspijkercursussen.