AMSTERDAM - De voorzitter van de Tweede Kamer moet niet altijd ingrijpen bij heftige woordenwisselingen tussen politici. Volgens de huidige voorzitter Gerdi Verbeet horen die discussies bij de politiek, zegt ze zondag in de talkshow Eva Jinek op Zondag.

"Ik kan niet overal ingrijpen. De voorzitter moet er ook niet altijd tussenzitten", zegt Verbeet in een reactie op alle ophef over het taalgebruik tijdens de Algemene Beschouwingen.

"Politici horen elkaar te lijf te gaan met woorden", oordeelt ze. Door het debat voortdurend te onderbreken, worden discussies vertraagd en dat wil Verbeet voorkomen.

Volgens haar wordt de ophef voor het grootste deel opgeklopt door de media. "Het is niet aldoor zo opwindend geweest. Over het grootste deel is het gewoon een debat. Maar zo werken de media." Verbeet had graag gezien dat er in de media meer aandacht uitging naar de problemen waarover werd gesproken.

Haatpaleizen

Oud-voorzitter Frans Weisglas zei zaterdag in de Volkskrant dat Verbeet het reglement van de Kamer niet kent, maar die kritiek wuift ze weg. "De term 'haatpaleizen' heb ik voor het eerst onder zijn leiding gehoord. Daar heeft hij destijds ook niets tegen gedaan."

Het taalgebruik keurt Verbeet overigens niet altijd goed. Sommige uitlatingen vindt ze 'buitengewoon onsmakelijk'. "Dat is niet fijn om te horen. Niemand vindt dat mooi", zegt Verbeet. "Vaak worden dergelijke uitlatingen gedaan in de hitte van de strijd. Politici zijn dan hevig geëmotioneerd."

Rutte

Verbeet zei eerder deze week dat premier Mark Rutte had moeten stoppen met praten toen PVV-leider Geert Wilders hem toesprak met de woorden "Doe eens normaal, man!". Hij had het aan haar moeten overlaten om in te grijpen in plaats van terug te schreeuwen, vond ze.

Volgens Verbeet kwam het ambt van de premier zo in het geding.