DEN HAAG - Kamervoorzitter Gerdi Verbeet had moeten ingrijpen in het geëscaleerde 'doe-eens-normaal-man'-debat tussen Mark Rutte en Geert Wilders.

Dat zegt oud-Kamervoorzitter Frans Weisglas zaterdag, naar aanleiding van uitlatingen van Verbeet in de Volkskrant van zaterdag.

''Het is een zwaktebod dat ze nu de schuld legt bij de minister-president’’, aldus Weisglas. ''Zij moet als voorzitter de premier beschermen tegen dergelijke onfatsoenlijke verbale aanvallen.’’

De klacht van Verbeet dat zij geen instrumenten heeft om in te grijpen als parlementariërs te ver gaan met hun uitlatingen, mist volgens Weisglas elke grond.

''Die mogelijkheden staan zwart op wit in het reglement van orde. Als Verbeet zegt dat zij geen instrumenten heeft, bewijst zij dat ze haar eigen reglement niet kent.’’

Terugnemen

De VVD-coryfee verwijst hiermee naar artikel 58 en 59, waarin staat dat de voorzitter een Kamerlid dat beledigende uitdrukkingen gebruikt, kan vragen deze terug te nemen.

Wanneer de parlementariër in kwestie dit weigert, kan hem of haar het woord worden ontnomen en is deze persoon van verdere deelname aan de vergadering uitgesloten.

Afkappen

''Zij had in deze discussie de tirade van Wilders moeten afkappen en moeten vragen of hij zijn woorden zou willen terugnemen’’, meent Weisglas, die van 2002 tot 2006 voorzitter van de Tweede Kamer was.

Zelf gebruikte de VVD’er dit instrument bijvoorbeeld tijdens het ‘effe dimmen’-incident van Jan Marijnissen in oktober 1997. Hij riep deze woorden toen tegen de Kamervoorzitter. ''Maar dat is bijna een speelse opmerking vergeleken met wat Wilders nu allemaal zegt en roept.’’