NEW YORK - Landen die het internationale verbod op kernproeven nog niet hebben geratificeerd moeten dat zo snel mogelijk doen. Dat betoogde minister Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken) bij een VN-bijeenkomst in New York.

Het verdrag tegen nucleaire proeven werd in 1996 aangenomen en door 154 landen geratificeerd, maar is nog steeds niet in werking getreden. Dat gebeurt pas als ook China, de Verenigde Staten, Israël, India, Indonesië, Iran, Noord-Korea, Pakistan en Egypte het verdrag ratificeren.

''De verspeiding van kernwapens en ander massavernietigingswapens is een grote bedreiging van de internationale stabiliteit en vrede. Er mogen geen nieuwe kernwapenstaten bijkomen. Daarom moet het verbod op kernproeven snel in werking treden'', aldus Rosenthal.

Nederland was nauw betrokken bij de totstandkoming van het verdrag. Nederland helpt Kazachstan, waar honderden nucleaire tests zijn uitgevoerd, met het opruimen van overgebleven nucleair materiaal. Dat moet voorkomen dat dat in handen valt van terroristen, criminele groepen en onverantwoordelijke staten.

Creatieve manieren

Rosenthal pleitte in New York op de jaarlijkse Algemene Vergadering van de Verenigde Naties ook voor meer creatieve manieren om bevolkingen te beschermen tegen wreedheden van staten of groeperingen.

Er is meer preventieve diplomatie nodig, stelde Rosenthal, net als bemiddeling, sancties tegen onderdrukkende regimes en speciale onderzoeksmissies die moeten worden ingezet in gebieden waar een groot conflict dreigt.

Rosenthal maakte zijn opmerkingen in een bijeenkomst over 'Responsibility to Protect'. Dit uitgangspunt is opgenomen in VN-resoluties en maakt staten en de internationale gemeenschap verantwoordelijk voor de bescherming van bevolkingen tegen wreedheden als genocide, etnische zuivering, oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid. Ook militair ingrijpen is binnen dit beginsel mogelijk, maar pas als laatste optie.