DEN HAAG - Straattaal hoort niet thuis in het parlement. In het debat tussen Tweede Kamer en het kabinet moet zakelijkheid voorop staan.

Zo reageerden leden van het kabinet vrijdag op de aanvaring tussen premier Mark Rutte en PVV-leider Geert Wilders van donderdag.

''Dit is de straat in de Tweede Kamer. Volgens mij is dat onverstandig'', zei minister Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu) vrijdag na afloop van de ministerraad.

Minister Gerd Leers (Immigratie en Asiel): ''Verbaal geweld van de straat mag niet postvatten. Het gaat erom dat je zakelijk en met respect spreekt. We moeten het goede voorbeeld geven.''

Krasje

Minister Piet Hein Donner (Binnenlandse Zaken) zei dat iedereen heeft kunnen zien dat dit incident het parlement naar beneden haalt. ''Tegelijkertijd moet niet het beeld ontstaan dat iedereen zich zo uitlaat in de Kamer.''

Hij vindt niet dat de aanvaring een krasje heeft opgeleverd voor de coalitie van VVD en CDA, die samenwerkt met gedoogpartner PVV. ''Dan worden er allerlei zaken door elkaar gehaald. Dit bewijst dat deze constructie nodig was."

Alles zeggen

Zakelijkheid en respect willen volgens de ministers niet zeggen dat er onderwerpen gemeden hoeven te worden. ''Men kan alles zeggen wat men wil, je hoeft van je hart geen moordkuil maken", zei Leers. ''Als het debat scherp is kunnen er ook scherpe woorden gebruikt worden."

Schultz van Haegen vindt dat voor een fel debat het bewaren van afstand op zijn plaats is. ''Anders worden de aanvallen persoonlijk. Er is verschil tussen scheldwoorden en duidelijk spreken."

Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) is niet bang dat agenten op straat van het publiek nu te horen krijgt dat ze eerst eens normaal moeten gaan doen voor ze optreden.

''Een agent kan normaal communiceren. Daar hebben ze de vaardigheden voor. De politieagent redt zichzelf, ik hoef niet voor ze op te komen."