DEN HAAG - De Nederlandse F-16's kunnen de komende dagen gewoon deelnemen aan de NAVO-missie in Libië.

Die inzet zal wel beperkt zijn, schrijft minister Uri Rosenthal donderdag in een brief aan de Tweede Kamer. 

Het kabinet besloot woensdag de bijdrage aan de missie met 3 maanden te verlengen. De Kamer kan dit echter door de drukke agenda's pas komende woensdag met de minister bespreken.

Omdat de huidige termijn vrijdag al afloopt, had de Kamercommissie van Buitenlandse Zaken gevraagd de gevechtsvliegers tot die tijd aan de grond te houden.

Begrip

Rosenthal vraagt in zijn brief begrip van de Kamer, die volgens de minister ''slechts beperkt'' de mogelijkheid heeft gehad om voorafgaand aan de verlenging met het kabinet van gedachten te wisselen. Het kabinet hecht echter wel sterk aan de mening van de Kamer en hoopt volgende week alsnog steun te krijgen voor de militaire inzet in Libië, zo staat in de brief.

Het kabinet heeft geen toestemming van de Kamer nodig om tot verlenging van een missie te komen. Wel wordt altijd gezocht naar zo veel mogelijk steun in de Kamer. Het is de tweede keer dat deelname aan de missie in Libië is verlengd.

De regeringspartijen VVD en CDA en de oppositiepartijen PvdA, D66, GroenLinks en de ChristenUnie steunden de vorige verlenging. Gedoogpartij PVV en de SP zijn tegen de militaire operatie.

Onvoldoende stabiel

Volgens Rosenthal en zijn collega Hans Hillen van Defensie is de veiligheidssituatie in Libië nog onvoldoende stabiel, hoewel het regime van de verdreven Libische leider Muammar Kaddafi is ingestort. De ministers stelden woensdag dat de missie niet langer zal duren dan nodig is. Als de NAVO binnen drie maanden stopt, zal de Nederlandse inzet worden beëindigd.

Nederland doet behalve met zes F-16's ook met een mijnenjager en stafpersoneel mee aan de NAVO-missie, die erop is gericht de burgerbevolking in Libië te beschermen. Ook zijn er Nederlanders actief in AWACS-radarvliegtuigen. Bij de missie zijn de komende maanden ongeveer 170 Nederlanders betrokken.