AMSTERDAM - Oliemaatschappij Shell moet zich terugtrekken uit Syrië, omdat de opstanden tegen het regime van president Bashar al-Assad daar onverminderd hard worden neergeslagen. Dat stelt D66-voorman Alexander Pechtold dinsdag.

“Geen druppel olie meer uit Syrië naar Rotterdam”, aldus Pechtold tegen de Volkskrant. Leden van de Tweede Kamer komen dinsdag op initiatief van D66 terug van reces om met president-directeur van Shell Dick Benschop te spreken.

Volgens het AD is een deel van de Kamer van mening dat Shell een economische steunpilaar is van het autoritaire regime van Assad. D66 kan in ieder geval op steun rekenen van de PvdA en de SP.

“Die tanks die inschieten op demonstranten rijden op diesel van Shell”, aldus SP-kamerlid Harry van Bommel tegen het AD.

Macht

Volgens Pechtold, naast fractieleider ook vervangend voorzitter van de Kamercommissie voor Buitenlandse Zaken, heeft Shell in Syrië “meer macht dan de politiek” en is het een van de belangrijkste internationale investeerders van het land.

Ook de PvdA vindt dat Shell moet stoppen in Syrië, maar wil dat dat liefst samen met EU-sancties. Dan heeft een stap het meest effect, denkt PvdA-Kamerlid Frans Timmermans.

Shell wilde dinsdagochtend niet reageren. Het concern wil eerst met de Tweede Kamerleden in gesprek, aldus een woordvoerder.

Boycot

Minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken heeft eerder laten weten dat een Europese olieboycot tegen Syrië mogelijk is. De besluitvorming daartoe verloopt echter moeizaam.

In Syrië, waar eerder dit jaar in navolging van de opstanden in andere Arabische landen, worden opstanden tegen het heersende bewind extreem hard neergeslagen door de veiligheidstroepen van de president. Tegenstanders worden gemarteld en vermoord en steden worden met tanks bestormd.

Alles over de onrust in het Midden-Oosten