DEN HAAG - De door Nederland op te leiden politieagenten in de Afghaanse provincie Kunduz worden ingezet zoals afgesproken.

Ze zullen dus alleen civiele taken uitvoeren en niet deelnemen aan offensieve militaire acties.

Minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken stelde maandag dat uitspraken van de politiecommandant in Kunduz hierover ''in lijn'' zijn met de afspraken die Nederland heeft gemaakt met de Afghaanse autoriteiten.

GroenLinks, de ChristenUnie en de SP hadden het kabinet opheldering gevraagd over de uitlatingen van de politiebaas in RTL Nieuws. Volgens het programma bleek uit dat gesprek dat de kans groot is dat de door Nederland opgeleide agenten toch ook moeten vechten.

Dat is niet het primaire doel, zei de politiecommandant. Maar als vijanden als de Taliban toeslaan, moeten ze zichzelf volgens hem verdedigen, het gebied afgrendelen en dit in handen houden tot de antiterreureenheid is gearriveerd.

Civiele taken

Rosenthal wijst erop dat Nederland met de Afghaanse autoriteiten heeft afgesproken dat de op te leiden politieagenten alleen worden ingezet ''voor civiele taken, zoals beschreven in de Afghaanse Nationale Politie Strategie''.

Toen de minister begin juli in Afghanistan was, zijn de afspraken daarover volgens hem herbevestigd. ''De uitspraken van de Afghaanse politiecommandant zijn daarmee in lijn.''

Debat

De SP wil snel een debat met minister Hans Hillen van Defensie over de kwestie. Volgens de partij, verklaard tegenstander van de politietrainingsmissie, waren de afspraken ''een lachertje in de harde werkelijkheid van Kunduz''.

Bij gevechtshandelingen om de openbare orde te herstellen, zijn natuurlijk ook offensieve acties, stelde SP-Kamerlid Harry van Bommel. Dit is volgens hem in strijd met wat is afgesproken. Het ministerie van Defensie wilde maandag niet reageren.

Behalve de SP zijn ook gedoogpartner PVV en de PvdA tegen de missie. Steun van GroenLinks, D66 en de ChristenUnie was eerder dit jaar noodzakelijk om er een meerderheid voor te verwerven.