HILVERSUM - Militairen die aan de politietrainingsmissie in de Afghaanse provincie Kunduz meedoen, mogen voor hun eigen veiligheid geen direct contact met media hebben.

Dat zei minister Hans Hillen van Defensie woensdag in het NOS Radio-1-Journaal.

Veiligheid staat volgens hem voorop. Daarbij hoort ook dat militairen ''altijd hun kaarten gedekt'' houden en dus niet naar buiten brengen wat er binnen allemaal gebeurt, omdat de vijand altijd meeluistert, aldus Hillen.

Voorzitter Jan Kleian van de militaire vakbond ACOM vindt dat het spreekverbod met journalisten niet past bij deze missie, omdat de Nederlanders juist in Kunduz zijn om er een ''stukje democratie'' te brengen.

Afgelopen weekeinde kwamen via de NOS e-mails van militairen naar buiten over de opstartproblemen met de missie, waarbij de opbouw een logistieke puinhoop werd genoemd. Hillen vindt het verontrustend dat militairen op deze manier uit de school klappen, al zijn klagende militairen volgens hem niet uniek.

Gemopperd

''Soldaten hebben altijd gemopperd'', zei hij. Vroeger werd er gemopperd in de kantine, nu gebeurt dat via internet en krijgt het veel publiciteit waardoor het lijkt alsof dingen flink fout zijn gegaan en het een rommeltje is, aldus de minister.

Dat is volgens hem niet het geval. ''Er is niets fout gegaan, er zijn geen risico’s genomen, geen mensen in gevaar gekomen.''

Doordat niet alles volgens plan is verlopen bij de voorbereidingen, is er volgens Hillen een vertraging van 2 à 3 weken opgelopen op een missie, die ongeveer 4 jaar gaat duren. ''Dat valt echt wel mee'', stelde de bewindsman.

De zaak is volgens hem nu op orde. Ook is er voldoende munitie, heeft iedereen een scherfvest en zijn vrijwel alle voertuigen beschikbaar. Bij de tolken is nog een achterstand. Daarom worden tijdelijk extra tolken uit Nederland ingevlogen.