DEN HAAG - Nederland wil de sancties tegen het regime van de Syrische president Bashar al-Assad versterken en uitbreiden. Minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken ziet op dit gebied voor zichzelf een voortrekkersrol weggelegd in de Europese Unie (EU).

Dat zei de minister donderdag tegen NU.nl. Concreet houdt het verscherpen van de sancties in dat er meer handlangers van Assad een reisverbod opgelegd moeten krijgen.

Verder wil Rosenthal er, in navolging van de Verenigde Staten, in de EU op aandringen dat het regime “economisch wordt getroffen” door het aanpakken van overheidsbedrijven in de banken- en telecomsector en op het gebied van olie-export.

De minister verwacht dat de aangescherpte sancties op korte termijn, voor het einde van de maand, van kracht kunnen worden. Maandag legde de EU al, in reactie op een bloedbad in de stad Hama zondag, een reisverbod op aan een vijftal hoge functionarissen.

Oppositieleider

Rosenthal sprak eerder op de dag met Syrisch mensenrechtenactivist en prominente oppositieleider Haitham al-Maleh. De minister ziet al-Maleh als het boegbeeld van de mensenrechtenbeweging in Syrië. Rosenthal en al-Maleh hebben gesproken over de “zeer zorgelijke situatie” in Syrië en de minister heeft naar eigen zeggen zijn medeleven betuigd met de Syrische bevolking.

Rosenthal herhaalt donderdag dat Assad wat hem betreft geen legitimiteit meer heeft. Dat dat inhoudt dat de president moet opstappen wil de minister niet zeggen, wel maakt Assad het volgens de minister “zichzelf steeds moeilijker om een rol te gaan spelen in het nieuwe Syrië”

Gearresteerd

Al-Maleh (80) is al vijftig jaar, sinds het aan de macht komen van de Baathpartij, een uitgesproken criticus van het regime in zijn land. Hij werd om zijn uitlatingen meermaals gearresteerd en vastgezet.

De laatste keer was in 2009, toen werd hij er door het bewind van al-Assad van beschuldigd in een interview “misleidende en onjuiste informatie” te hebben geuit die “de moraal van het land aantastten”. Al-Maleh kreeg een celstraf opgelegd van drie jaar. In maart 2011 kwam hij vrij nadat al-Assad als handreiking naar de betogers tegen zijn bewind opdracht gaf een groot aantal politieke gevangenen vrij te laten.

Ambassadeur

Vorige week donderdag werd de Syrische ambassadeur in Nederland ontboden op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Bij die gelegenheid heeft Nederland opgeroepen het geweld in Syrië tegen vreedzame demonstranten onmiddellijk te staken.

Betogingen

In navolging van opstanden tegen de regimes in omringende Arabische landen, barstten op 19 maart van dit jaar ook in Syrië de eerste betogingen los. De duizenden demonstranten die sindsdien in steden als Allepo, Daraa, Hama en Deir al-Zor de straat op gaan ageren tegen een lage levenstandaard en slechte naleving van mensenrechten in hun land.

De veiligheidstroepen van al-Assad grijpen met keiharde hand in en sinds maart heeft het geweld tussen regeringstroepen en opstandelingen volgens Syrische mensenrechtenorganisaties al aan zeker tweeduizend mensen het leven gekost.

Precieze aantallen en betrouwbare informatie over de situatie is echter schaars, omdat de weinige westerse journalisten in het Arabische land daar niet vrij mogen werken. De internationale druk op Assad om het geweld te beëindigen, groeit met de dag. De Verenigde Staten hebben woensdag ook nieuwe sancties aangekondigd.

Hervormingen

Woensdag zei Assad tegen een VN-delegatie dat hij in februari of maart volgend jaar hervormingen wil doorvoeren en benadrukte hij zijn “toewijding aan het hervormingsproces dat moet leiden tot een meerpartijendemocratie”. Ook erkende de president dat er door zijn veiligheidstroepen aan het begin van de opstand “wat fouten zijn gemaakt”.

Donderdag kwamen er uit onder meer de steden Saraqeb, Qusayr en Homs weer meldingen van grof geweld en tientallen doden.

De alawitische familie al-Assad regeert sinds een staatsgreep door Hafez al-Assad in 1970. Na zijn dood in 2000 heeft Bashar al-Assad het Syrische presidentschap van zijn vader overgenomen.

Profiel Syrië I Alle berichten over Syrië

Alles over de onrust in het Midden-Oosten