AMSTERDAM - Premier Jan Peter Balkenende (CDA) was formeel de baas in het vorige kabinet, maar in de praktijk lag dat 'een slag anders'.

Dat zegt voormalig PvdA-leider Wouter Bos in een interview met het weekblad Vrij Nederland.

Bos zelf had als minister van Financiën 'heel veel invloed'. Daarnaast hadden de CDA-ministers Piet Hein Donner en Ernst Hirsch Ballin veel in de melk te brokkelen.

Relatie

De relatie tussen Balkenende en Bos was niet zo slecht als vaak wordt beweerd, zegt Bos verder. "We hadden grote meningsverschillen, maar we gingen niet ruziënd en met slaande deuren door het leven."

Bos, die tegenwoordig bij KPMG werkt, vindt dat Balkenende niet goed heeft opgetreden tijdens de economische crisis. De onderhandelingen over een pakket crisismaatregelen sleepten zich maandenlang voort, terwijl het volgens Bos ook in een paar weken had gekund.

"Ik denk dat het kabinet als geheel, maar zeker ook de minister-president, hier een kans heeft laten liggen."

Fout

Bos ging zelf in de fout tijdens de verkiezingscampagne van 2006, erkent hij in het interview. De PvdA lag aanvankelijk voor in de peilingen, maar dat veranderde toen het CDA Bos begon af te schilderen als een 'draaier'. Bos is daar 'niet goed mee omgegaan', zegt hij nu. "Mijn intuïtie liet me in de steek."

Volgens Bos heeft het CDA er nu zelf last van dat de partij het begrip 'draaien' heeft geïntroduceerd. "Als je kijkt naar de problemen waar het CDA op dit moment mee kampt, dan zijn dat problemen die mede tot stand zijn gekomen omdat de compromissen die ze sluiten door veel kiezers geplaatst worden in termen van 'draaien'."

Vermoeidheid

Bos zegt na zijn vertrek uit de politiek in maart vorig jaar veel last te hebben gehad van 'afkickverschijnselen', zoals vermoeidheid. Hij moest naar eigen zeggen zes tot twaalf maanden bijkomen.