DEN HAAG - Minister Edith Schippers (Volksgezondheid) bekijkt in hoeverre het medisch beroepsgeheim heilig is.

''Bescherming van de patiënt is niet in alle gevallen een absoluut gegeven'', aldus een woordvoerder van de minister dinsdag.

Het medisch beroepsgeheim staat ter discussie naar aanleiding van het onderzoek naar Tristan van der Vlis, de man die in Alphen aan den Rijn zes mensen en zichzelf doodschoot in een winkelcentrum.

De vraag is of hulpverleners op de hoogte waren van zijn plannen en zo ja, of ze dan aan de bel hadden moeten trekken. Volgens hoofdofficier Kitty Nooy hebben de ouders van Tristan bij de zorginstelling waar hij onder behandeling was gemeld dat hun zoon wapens bezat. De zorginstelling, GGZ Rijnstreek in Alphen aan den Rijn, wenste hier niet op te reageren.

Grenzen

De minister benadrukt dat het medisch beroepsgeheim een belangrijke bescherming biedt aan patiënten, maar dat er grenzen zijn. ''In uitzonderingsgevallen kan de betrokken arts voor zichzelf de reikwijdte ervan bepalen, maar het is goed dat uiteindelijk ook de rechter over doorbreking van het beroepsgeheim kan beslissen’’, aldus de woordvoerder.

Voorzitter Jacob Kohnstamm van het College Bescherming Persoongegevens (CBP) stelt dat er wat betreft het medisch beroepsgeheim niets absoluut is. Zo kan in zwaarwegende gevallen worden afgeweken van het beroepsgeheim, bijvoorbeeld als het gaat om meldingen van kindermishandeling.

Richtlijnen

De voorzitter vindt dat de beroepsgroepen zelf moeten stilstaan bij vragen die rijzen over het medisch beroepsgeheim.

''Zorg voor richtlijnen voor hulpverleners hoe ze met dit morele probleem moeten omgaan. Hulpverleners zitten met het dilemma: aan de ene kant heb ik een patiënt die ik vertrouwen moet geven, aan de andere kant heb ik een maatschappelijke opdracht.''

Tuchtrechtelijke stappen

De artsenorganisatie KNMG vindt in ieder geval niet dat er soepeler met het beroepsgeheim moet worden omgegaan. Dat zei Aart Hendriks van de KNMG dinsdag.

GGZ Rijnstreek verstrekte het dossier van Tristan van der Vlis niet aan justitie. ''Dat is geen kwestie van niet willen, maar van niet mogen. Anders zouden de behandelaars tuchtrechtelijke stappen kunnen verwachten. Je doet als arts wat het recht van je verwacht.''

Er zijn nu enkele uitzonderingen waarbij artsen 'uit de school mogen klappen'. ''Wat ons betreft hoeven er geen nieuwe uitzonderingen bij.'' Een van de uitzonderingen is dat een hulpverlener in gewetensconflict komt, bijvoorbeeld wanneer een patiënt aangeeft iemand te willen doden. ''Dan bestaat er ook zorgplicht jegens het potentiële slachtoffer. In de zaak van Tristan was de schade al aangericht.''

Onverstandig

Versoepeling van het beroepsgeheim is onverstandig, vindt Hendriks. ''Het is niet alleen ter bescherming van de individuele patiënt. Het is ook bedoeld om de toegankelijkheid van de zorg te waarborgen. Versoepelen zou kunnen betekenen dat mensen minder makkelijk naar een arts toe gaan.''

Volgens Hendriks loopt Nederland in de pas met andere landen in Europa. ''Europese rechters benadrukken keer op keer het belang van het beroepsgeheim. En dat is maar goed ook.'' Als de regels versoepeld zouden worden, zou Nederland volgens hem in strijd met de internationale verplichtingen handelen.