DEN HAAG - De politietrainingsmissie in de Afghaanse provincie Kunduz gaat gewoon door, ondanks dreigementen van de Taliban aan het adres van Nederlandse agenten die eraan meedoen.

Dat heeft minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken woensdag gezegd.

Volgens de Taliban staan de Nederlanders op de dodenlijst van deze extremistische beweging. Via infiltratie, met zelfmoordterroristen of met bermbommen zal worden geprobeerd Nederlanders uit te schakelen, kondigde een woordvoerder van de Taliban aan in een gesprek met de Volkskrant.

De dreigementen passen volgens de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie in het beeld van angst zaaien. De overheid zegt zich bewust te zijn van de risico's die gepaard gaan met de missie en verzekert dat die goed in de gaten worden gehouden.

De departementen zijn ervan overtuigd dat de plannen kunnen worden uitgevoerd om in Kunduz Afghaanse agenten op te leiden en te helpen bij de verdere opbouw van de rechtsstaat.

In de Tweede Kamer is niet iedereen daar net zo gerust op. De SP, GroenLinks en de ChristenUnie hebben om opheldering gevraagd.

Politiebond

De oppositiepartijen willen weten hoe veilig het nog is in het gebied waar de Nederlanders binnenkort aan de slag gaan en wat er waar is van de zorgwekkende signalen die de Nederlandse Politiebond (NPB) heeft ontvangen van Duitse collega's.

Voor de NPB en de politiebond ACP komt de bedreiging van de Taliban niet onverwacht. Ze hadden het ministerie van Veiligheid en Justitie al gevraagd om in augustus een veiligheidsanalyse te maken en daarbij te melden welke bedreigingen er zijn en welke maatregelen daar tegenover staan.

Daarna zullen de bonden een definitief standpunt bepalen. Ze benadrukken wel dat de politiek uiteindelijk besluit over het lot van de politietrainingsmissie naar Afghanistan.

Praktijktraining

Op een Duitse legerbasis in Kunduz verblijven inmiddels ruim 100 Nederlandse militairen die aan de missie meedoen. Daar komen de komende tijd meer militairen en politieagenten bij. Ze zullen deze zomer beginnen met praktijktraining aan Afghaanse agenten.

Dat gebeurt buiten de poort. Vanaf januari zullen Nederlanders ook een basisopleiding van acht weken geven. Van de in totaal 550 mannen en vrouwen die aan de missie deelnemen, is het overgrote deel militair.