DEN HAAG - De olieleveranties van Shell aan Syrië zijn niet in strijd met de sancties van de Europese Unie tegen het Arabische land. Ook botsen de activiteiten van het olieconcern daar niet met de richtlijnen van maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Dat heeft minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken dinsdag aan de Tweede Kamer geschreven.

GroenLinks en de SP hadden hem om opheldering gevraagd over de investeringen van Shell in Syrië, waar in de afgelopen maanden ruim 1000 mensen door geweld zijn omgekomen.

Shell is via dochteronderneming SSPD de tweede grootste Europese oliemaatschappij in de Syrische olie- en gasindustrie.

Mede naar aanleiding van een rapport van de organisatie IKV Pax Christi wezen GroenLinks en de SP erop dat de Syrische krijgsmacht, politie en andere veiligheidsdiensten waarschijnlijk gebruik maken van olieproducten om steden af te sluiten en burgers aan te vallen.

Politieke zaken

President-directeur Dick Benschop van Shell Nederland heeft eerder gezegd dat Shell zich als commerciële onderneming niet met politieke zaken kan bezighouden in landen waar het bedrijf werkt.

Die opvatting is voor zijn eigen rekening, aldus Rosenthal. Volgens algemeen directeur Jan Gruiters van IKV Pax Christi kan een bedrijf niet neutraal zijn ''als voor je neus grootschalig en systematisch mensenrechten worden geschonden''.

Gedragscode

Shell stelt in een gedragscode de mensenrechten te respecteren bij alle bedrijfsactiviteiten. Met het concern wordt volgens Rosenthal ook regelmatig gesproken hoe het invulling geeft aan de internationale regels voor maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Het ministerie van Economische Zaken zal Shell nog vragen welke interne afwegingen zijn gemaakt in de huidige Syrische context, aldus Rosenthal. Hij wijst er verder op dat brandstoffen of olieproducten niet onder de EU-sancties vallen.