DEN HAAG - Nederland blijft tot eind september met F-16-gevechtsvliegtuigen en een mijnenjager meedoen aan de NAVO-missie in Libië.

Het kabinet heeft vrijdag ook besloten zes extra stafleden te leveren.

Volgens minister Hans Hillen van Defensie waren er geen argumenten om de Nederlandse bijdrage aan de militaire operatie Unified Protector verder te veranderen. ''Nederland doet al heel veel en de keuze is verantwoord'', zei hij na afloop van de ministerraad.

Premier Rutte liet in zijn wekelijkse persconferentie weten dat er voortgang is geboekt in Libië. "De noflyzone en het wapenembargo zijn gehandhaafd en een massaslachting is voorkomen”, aldus Rutte.

“Wel is er nog sprake van wreedheden, waaronder verkrachtingen.” Het kabinet heeft daarom positief gereageerd op een verzoek van de NAVO om de missie met drie maanden te verlengen. Wel benadrukt hij dat Nederland niet in Libië zal gaan bombarderen.

Missie

Nederland levert sinds eind maart een bijdrage aan de missie, die de opstandige bevolking moet beschermen tegen geweld van het regime van de Libische leider Muammar Kaddafi.

Zes Nederlandse F-16's helpen bij het afdwingen van het vliegverbod boven Libië. De mijnenjager Hr. Ms. Haarlem blijft voor de kust van het Noord-Afrikaanse land patrouilleren om het wapenembargo te controleren.

Extra stafleden

Met de inzet van extra stafleden zegt het kabinet tegemoet te komen aan een specifiek verzoek van de NAVO. In totaal zijn er ruim tweehonderd Nederlandse militairen bij de operatie betrokken.

De NAVO-landen hebben vorige week besloten de missie in Libië met drie maanden te verlengen. Het kabinet vindt ook dat militaire inzet nodig blijft, omdat het regime van Kaddafi nog steeds een bedreiging is voor de bevolking.

Afknijpen

''De missie is succesvol, maar het gaat erom vastberaden en vasthoudend te zijn. We moeten het regime van Kaddafi verder afknijpen. Nederland levert een evenredig en sterk aandeel aan de NAVO-missie'', stelde minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken.

De militaire missie kan volgens het kabinet slechts ruimte scheppen voor een duurzame, politieke oplossing. 

D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold noemt het een gemiste kans dat het kabinet niet meer wil doen om 'de humanitaire ramp die de Libische dicator Khadaffi in zijn land aanricht', tegen te gaan.

"Waar veel NAVO-bondgenoten bereid zijn meer te doen om de Libische burgerbevolking te beschermen tegen aanvallen van Khadaffi, wil het kabinet niet verder gaan dan een marginale bijdrage. Opnieuw een teken dat de strijd voor mensenrechten geen absolute prioriteit heeft voor dit kabinet.”

Alles over de onrust in het Midden-Oosten