Oud-VVD-minister Atzo Nicolai vergelijkt zijn dertien jaar op het Binnenhof met bergbeklimmen. “Elke verkeerde beweging kan fataal zijn”. NU.nl sprak hem over zijn misstappen en de momenten dat hij de top bereikte.

U bent als vogelaar, alpinist en groot cultuur- en natuurliefhebber een atypische VVD'er.

“In zijn algemeenheid hoor ik vaak dat mensen verbaasd zijn over wat ik allemaal doe. Mensen in de cultuurwereld waren verbaasd dat ik de politiek in wilde, Amsterdammers zijn weer verrast dat ik een vogelaar ben.”

“Ik was ook ooit verslaafd aan bergbeklimmen. Daar zit trouwens wel een mooie parallel met politiek. Het is in beide gevallen zoeken naar spanning en elke verkeerde beweging kan fataal zijn. Je wil op een plek zitten waar je niet teveel misstappen kan maken, want dan val je.”

Waar was er sprake van een misstap in uw politieke carrière?

“Kleine misstappen maak je voortdurend, maar mijn grote teleurstelling was wel het 'nee' bij het referendum over de Europese Grondwet. Ik was toen als staatssecretaris verantwoordelijk. De campagne was niet verkeerd, maar het tegen-sentiment was te groot. Niet zozeer tegen de grondwet, maar tegen Europa.”

Of tegen het toenmalige, impopulaire kabinet Balkenende 2.

“Dat in de tweede plaats. Maar vanaf het begin was Europa een eliteproject en vrij bewust is de samenleving niet op de hoogte gesteld van de bevoegdheden die werden overgedragen. Die samenleving, die nooit iets werd gevraagd, kon zich nu laten horen. En hoe laat je je horen? Door 'nee' te stemmen.”

Daar heeft u zelf ook aan meegedaan. U was tegen het referendum.

“Ik ben in zijn algemeenheid heel erg tegen een referendum, omdat ik vind dat je een complex vraagstuk niet kan terugbrengen naar een simpel ja of nee."

"Maar ik heb wel geprobeerd als eerste bewindspersoon eurokritisch te zijn. Door niet alleen het eurogelovige verhaal van vrede, vrijheid en geluk te prediken, maar juist te proberen te voorkomen dat alle macht naar Brussel schuift.”

“En daarbij wilde ik de Nederlandse afdracht aan de EU beperken. Dat is gelukt, ondanks dat mij dat werd verweten door onze toenmalige coalitiepartner D66.”

Waarom?

“Het was anti-Europa. Ik zou hiermee het anti-Europees sentiment aanwakkeren. Terwijl het daar niks mee te maken had. Het ging om het Nederlands belang. Niemand kon van mening verschillen over het feit dat Nederland veel te veel betaalde.”

“Dat anti-Europees noemen is een vorm van naïviteit... Het anti-Europa sentiment wordt juist aangewakkerd door de partijen die de afgelopen twintig jaar de heiligheid en zaligheid van Europa verkondigden en steeds meer bevoegdheden weggaven.”

Uw partij was ook voor een referendum.

“Mijn VVD-fractie onder leiding van Van Aartsen was inderdaad voor, maar stond verder neutraal in de uitkomst. De initiatiefnemers PvdA, GroenLinks en D66 hadden de naïeve gedachte de grondwet te kunnen bezegelen met de goedkeuring van het volk. In de absolute overtuiging dat iedereen dat mooi zou vinden.”

Terug naar de vergelijking met het bergbeklimmen. Bij welk moment had u politiek de top van de berg bereikt?

“Dat was toen ik als minister de vastgelopen onderhandelingen over de nieuwe status van de Antillen succesvol kon afronden. Het spande er erg om, ook omdat het in korte tijd moest gebeuren. Bij bergbeklimmen heb je die tijdsdruk ook, want als het donker wordt ben je de pineut.”

Hoe kwam het dat het u wel lukte, waar u voorganger faalde?

“Ik was bedreven in onderhandelen. Mijn werk was onderhandelen. Dat had ik in Europa ook veel gedaan als staatssecretaris Europese Zaken.”

Was het niet gewoon afmaken waar uw voorganger aan was begonnen?

“Nee, de onderhanderlingen zaten vast. Ons bod was toen: wij schelden de twee miljard schuld kwijt, maar dan moet dat het ook zijn. Dan geen aankloppen en uithuilen meer.”

“Tegelijkertijd wilden de Antillen bij het Koninkrijk blijven horen en ik wilde maximale garanties om ervoor te zorgen dat dat zou werken. Nederland moest kunnen ingrijpen als het fout ging.”

“Ik begrijp wel de botsingen die daarover zijn ontstaan. Het was bijna ondemocratisch. De financiële toezichthouder zou namelijk het parlement aldaar kunnen overrulen. Toch vond ik dat een vereiste.”

U kwam in 1998 in de Kamer. Heeft u de politiek ingrijpend zien veranderen?

“Toen zaten we midden in de Paarse periode. Dat begon als een verademing, maar was de dood in de pot omdat je het politieke uit de politiek haalt als je zowel links als rechts in een coalitie bij elkaar brengt. Politiek betekent juist dat er tegenstellingen zijn, anders kunnen ambtenaren het wel zelf regelen.”

Hoe kan het dat die coalitie het toch acht jaar uithield?

“Een belangrijke reden voor de coalitie was om het CDA een tijdje uit de regering te houden. Terecht, want het is niet goed als een partij te lang achter elkaar aan de macht is. Dat is bij de PvdA in Amsterdam ook fout gegaan.”

“De impact van de politieke moord op Fortuyn realiseren we ons nog niet genoeg. We vinden het nu normaal dat in mijn huis dubbelglas zit, zodat er geen steen door kan. En dat er een hoog hek rond mijn tuin staat.”

“Vroeger spoelde ik dreigtelefoontjes gewoon door, nu moet ik ze aanmelden omdat er iets serieus bij kan zitten. Het zegt iets over de verharding in de samenleving. Fortuyn en Van Gogh zijn daarvan de dieptepunten.”

Uw coalitiepartner Wilders wakkert verharding in de samenleving aan.

“Dat klopt. Zelf ben ik van de school die zegt dat je het goede voorbeeld moet geven. Ik vind het prettig om met enig respect bejegend te worden en doe dat dus ook bij anderen om verder te komen in de discussie.”

“Tegelijkertijd zat er in de samenleving al veel meer onvrede dan in de politiek benoemd werd. Mensen werd al discriminatoire taal verweten als ze klaagden dat ze anderen in hun trappenhuis niet meer konden verstaan. Terwijl het logisch is dat mensen moeten wennen aan een veranderende samenleving.”

Wilt u wel samenwerken met een partij die de verharding in de hand werkt?

“Deze coalitie is er omdat geen andere goed te vormen was en al helemaal niet eentje waarmee je het kernprobleem van Nederland kon oplossen, namelijk het huishoudboekje op orde krijgen. Wat mij betreft is deze coalitie met CDA en PVV pure noodzaak. Geen liefde, maar noodzaak.”

Geen liefde?

“Wat mij betreft is een coalitie altijd een zakelijke overeenkomst.”

Maar moet er niet juist sprake zijn van liefde om een langdurige samenwerking aan te kunnen?

“Het is pragmatiek. Ik heb in drie verschillende coalities gezeten en daarin was de constante factor altijd VVD met CDA. Er waren ook stevige botsingen, maar de ervaringen zijn over het algemeen goed.”

“Op het terrein van de sociale zekerheid en sociaaleconomische hervormingen kan je goed zaken doen met het CDA, maar als het gaat om ontwikkelingssamenwerking kom je weer nergens. En ook qua levenshouding en het belang van vrijheid van meningsuiting voel ik me niet verbonden met het CDA.”

“Ik sta daar pal tegenover en voel ik me echt liberaal en thuis bij de VVD, de meest liberale partij die er is.”