DEN HAAG - Het kabinet heeft vrijdag besloten de AOW-leeftijd in 2020 te verhogen van 65 naar 66 jaar. Het belastingvriendelijke regime voor pensioensparen wordt daarop aangepast.

Minister Henk Kamp (Sociale Zaken) noemde het besluit ''een goed begin'' in hervormingen van het pensioenstelsel.

Kamp waarschuwde ''we zijn er nog niet''. Hij hoopt dat werkgevers en de vakbeweging nog snel tot een akkoord komen over pensioenhervormingen, zodat de oudedagsvoorziening beter bestand wordt tegen de vergrijzing en schokken op de financiële markten.

Met het besluit van het kabinet vrijdag wordt volgens de minister ''een begin van de problemen'' opgelost.

Wetsvoorstellen

De minister heeft de afgelopen tijd duidelijk gemaakt dat hij gewoon met deze wetsvoorstellen zou komen, ondanks dat werkgevers en vakbonden er nog niet uit zijn. Wetgeving kan volgens hem altijd nog worden aangepast aan het verwachte akkoord.

Volgens Kamp kan de oudedagsvoorziening eigenlijk alleen in samenspraak met sociale partners worden hervormd, omdat de aanvullende pensioenen van werkgevers en werknemers zelf zijn.

Maar het kabinet past wel het gunstige belastingregime voor pensioensparen aan en oefent daarmee toch enige druk uit op sociale partners. Vanaf 1 januari 2013 wordt de fiscale facilitering voor de opbouw van de aanvullende pensioenen aangepast aan de AOW-leeftijd van 66 jaar.

Langer doorwerken

Omdat mensen langer doorwerken, wordt er voortaan ook van uitgegaan dat mensen in hun werkzame leven over een periode van veertig jaar in plaats van 35 jaar pensioen opbouwen.

Doordat mensen meer tijd hebben pensioen te sparen, meent het kabinet dat de opbouwpercentages omlaag kunnen in het belastingregime. Vanaf 2013 bespaart de overheid hierdoor 700 miljoen euro per jaar. De hogere AOW-leeftijd moet structureel 2 miljard euro opleveren vanaf 2020.