DEN HAAG - Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) is in gesprek met het Openbaar Ministerie (OM) over het gebruik van burgerinfiltranten bij de bestrijding van georganiseerde misdaad.

De Tweede Kamer wil van de minister weten wat de mogelijkheden zijn om deze opsporingsmethode toch weer in te zetten.

Dat bleek woensdag tijdens een debat over de aanpak van financieel-economische misdaad. Opstelten zei zich bewust te zijn van de gevoeligheid van het onderwerp.

Sinds de IRT-affaire in de jaren negentig is het gebruik van criminele burgerinfiltranten taboe.

Harm Brouwer

De minister reageerde op een pleidooi van Harm Brouwer, die binnenkort terugtreedt als hoogste baas van het OM. In dagblad De Pers zei hij dat de inzet van dit soort infiltranten gewenst is om zware georganiseerde criminaliteit beter aan te kunnen pakken.

Opstelten zei serieus naar de uitspraken van Brouwer te kijken, maar geen haastige conclusies te willen trekken.

Hij laat de Kamer nog dit jaar weten wat de gesprekken met het OM hebben opgeleverd.

Tegen

VVD en PVV hielden de minister voor dat de Tweede Kamer zich na de IRT-affaire uitsprak tegen de inzet van burgerinfiltranten, maar dat justitie zich wel steeds moet bezinnen op opsporingsmethoden als de criminaliteit zich ook verder ontwikkelt.

PvdA'er Jeroen Recourt zei dat over de 'schaduw van Van Traa' heen gesprongen moet kunnen worden. Het PvdA-Kamerlid Maarten van Traa was voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie die opsporingsmethoden onderzocht naar aanleiding van de IRT-affaire.