'Europese hulp aan Turkije moet omlaag'

DEN HAAG - Staatssecretaris Ben Knapen (Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking) vindt dat Turkije minder geld moet krijgen uit het hulppotje van de Europese Unie.

Hij wijst erop dat het snel groeiende Turkije tot de G20 behoort, de club van twintig belangrijkste economieën, en ook de grootste ontvanger is van Europees geld voor ontwikkelingssamenwerking.

Wat Nederland betreft moet die forse hulp worden herzien, zoals ook een Britse organisatie bepleit. Knapen schreef dat dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer. Daarin geeft hij aan dat hij het deels eens is met de stevige kritiek die de Britse denktank Open Europe levert op het hulpbeleid van de Europese Commissie.

Knapen vond al dat andere, inmiddels rijker geworden landen als India, China en Brazilië minder EU-hulp moeten krijgen.

Stabiliteit

In zijn eigen beleid zet hij hier ook op in. De bewindsman hoopt dat de Europese Commissie naast armoedebestrijding meer het accent legt op nabuurschapsbeleid en stabiliteit. Dan zou de EU-hulp in het verlengde liggen van Nederlandse prioriteiten en belangen, aldus Knapen.

Hij heeft de indruk dat EU-commissaris Andris Piebalgs, die hierover gaat, aanstuurt op een herziening en meer rekening houdt met risico's op het gebied van mensenrechten en corruptie. Volgens Knapen is het Europese hulpbeleid de afgelopen tien jaar verbeterd, maar is het wel nodig de hulp scherp in de gaten te blijven houden met controles en evaluaties.

Kritiek

Zo kan Knapen zich vinden in de kritiek die Open Europe heeft op een dansproject in Burkino Faso in Afrika. Het blijkt te gaan om een project om straatkinderen te helpen. Hoewel cultuur deel uitmaakt van de ontwikkeling van een land ''is dans niet de eerste prioriteit voor hulp in enkele van de armste landen ter wereld'', schrijft Knapen.

De Tweede Kamer houdt woensdag een spoeddebat over de besteding van Europese hulpgelde

Lees meer over:
Tip de redactie