Meer actie bij dreiging doodstraf Nederlander

DEN HAAG - Nederland gaat zich actiever inzetten voor Nederlanders die in het buitenland gevangen zitten en wie mogelijk de doodstraf boven het hoofd hangt.

In dit soort landen zal voortaan zo snel mogelijk na de arrestatie onderzocht worden of er een reële kans is dat de betrokkene ter dood wordt veroordeeld.

Als dat inderdaad het geval is, wordt bekeken of en hoeveel Nederland financieel zal bijdragen aan (extra) rechtsbijstand. Dat heeft minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer laten weten.

Hij schrijft zo tegemoet te komen aan wensen vanuit de Kamer, vooral van D66 en de ChristenUnie. Die wilden dat Nederlanders in een eerdere fase hulp zouden krijgen.

Bahrami

Aanleiding was de executie van de Nederlands-Iraanse Zahra Bahrami. Zij zat gevangen in Iran en werd eind januari zonder aankondiging ter dood gebracht. Nederland dacht dat het proces nog niet was afgerond en voelde zich op het verkeerde been gezet door de Iraanse autoriteiten.

De diplomatieke ruzie tussen Iran en Nederland liep hoog op. Rosenthal kreeg flinke kritiek te verduren uit de Tweede Kamer, omdat hij te laat zou hebben ingegrepen.

Van de 2500 Nederlandse gedetineerden in het buitenland zit een vijfde in landen waar de doodstraf nog bestaat. Het is al beleid dat iemand rechtsbijstand vergoed krijgt als de doodstraf dreigt, maar nu wordt dat in een eerdere fase vastgesteld. Gewone consulaire bijstand kan iedere gedetineerde krijgen.

Onderzoeken

De minister denkt dat er jaarlijks zo'n zeventig onderzoeken nodig zijn om vast te stellen of iemand kans maakt op de doodstraf. In slechts enkele gevallen zal het volgens hem daadwerkelijk leiden tot het verlenen van rechtsbijstand.

Daarbij wordt onder meer meegewogen of iemand het zelf kan betalen. De kosten van het nieuwe beleid schat Rosenthal op 100.000 tot 150.000 euro per jaar.

Lees meer over:
Tip de redactie